ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ1393
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vordering curator wegens onvoldoende onderbouwing facturen en betalingsgeschil
De curator, handelend als curator in het faillissement van [B.V. X], vorderde betaling van openstaande facturen van Volharding Shipyards Production B.V. ter hoogte van €299.240,34 plus rente. Volharding betwistte de vordering en stelde dat betalingen afhankelijk waren van de voortgang van werkzaamheden, hetgeen volgens haar niet overeenkwam met de facturering.
De rechtbank Groningen wees de vordering af wegens onvoldoende onderbouwing door de curator. Het hof onderschrijft dit oordeel en stelt vast dat de curator niet aannemelijk heeft gemaakt dat partijen een betalingsregeling hadden waarbij facturering op vaste tijdstippen en ongeacht voortgang van het werk plaatsvond. Volharding heeft bovendien een tegenvordering wegens schade van circa €896.000,-- ingediend, maar dit werd niet inhoudelijk behandeld omdat het primaire verweer slaagde.
De curator faalde in het leveren van bewijs en het onderbouwen van zijn stellingen, waardoor het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigt en de curator veroordeelt in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering van de curator tot betaling van openstaande facturen wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.