ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ0610
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.H. Kuiper
- R.A. Zuidema
- M.C.D. Boon-Niks
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zelfstandigheid bovenwoning en toepassing art. 7:290 lid 3 BW bij bedrijfsruimte
In deze zaak stond centraal of een bovenwoning boven een bedrijfsruimte als zelfstandige of als afhankelijke woning moet worden aangemerkt volgens art. 7:290 lid 3 BW Pro. De bovenwoning was aanvankelijk zelfstandig verhuurd, maar vanwege geluidsoverlast en gemeentelijke beperkingen werd deze later als dienstwoning bij de bedrijfsruimte betrokken.
De feiten wezen uit dat de bovenwoning een eigen opgang had, maar dat de toegangshal met de trap naar de bovenwoning tevens als vluchtweg voor het bedrijfsgedeelte diende. Deze vluchtweg was door de huurder dichtgetimmerd, wat nadelig was voor de bedrijfsvoering. De gemeente stelde geluidsnormen die alleen elektrische versterkte livemuziek toestonden als de bovenwoning als bedrijfswoning werd gebruikt.
De voorzieningenrechter had de woning als dienstwoning aangemerkt en het hof bevestigde dit oordeel. Het hof wees erop dat de huurovereenkomst met betrekking tot de bovenwoning in een allonge bij de bedrijfsruimte was opgenomen en dat het gebruik van de bovenwoning als zelfstandige woonruimte niet de bedoeling was. Ook de belangen van de bedrijfsvoering en de geluidseisen speelden een rol.
Gelet op deze omstandigheden concludeerde het hof dat de bovenwoning als afhankelijke woning moet worden beschouwd. Hierdoor kon de huurder van de bovenwoning niet zelfstandig bescherming tegen ontruiming genieten. Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde de appellant in de proceskosten.
Uitkomst: De bovenwoning wordt als afhankelijke woning aangemerkt en ontruiming wordt bevestigd.