ECLI:NL:GHLEE:2011:BP9093
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot werkstraf wegens opzettelijk voordeel trekken uit misdrijf en poging zware mishandeling
Het gerechtshof Leeuwarden heeft het vonnis van de politierechter in hoger beroep vernietigd en opnieuw recht gedaan. Verdachte werd vrijgesproken van het primair ten laste gelegde valsheid in geschrift wegens gebrek aan bewijs, maar wel veroordeeld voor het subsidiair ten laste gelegde: opzettelijk voordeel trekken uit de opbrengst van een uit misdrijf verkregen goed.
Het hof stelde vast dat verdachte gedurende ruim drie jaar samenwoonde met een medeverdachte die een bijstandsuitkering ontving door valsheid in geschrift. Verdachte maakte gebruik van voorzieningen betaald uit deze onrechtmatig verkregen uitkering, zonder dit te melden, en trok zo financieel voordeel ten koste van de gemeenschap.
Daarnaast werd de straf voor een niet aan hoger beroep onderworpen poging tot zware mishandeling vastgesteld op een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar, gecombineerd met een werkstraf van 50 uur. Het hof paste een korting van 10% toe op de werkstraf wegens schending van de redelijke termijn.
De strafmotivering hield rekening met de ernst van de feiten, persoonlijke omstandigheden van verdachte en eerdere veroordelingen. Het hof legde een werkstraf van 200 uur op, met een vervangende hechtenis van 100 dagen, en sprak verdachte vrij van de overige ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 200 uur werkstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met werkstraf van 50 uur voor poging zware mishandeling.