ECLI:NL:GHLEE:2011:BP8678

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
21 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-001531-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 Wegenverkeerswet 1994Art. 23 Wetboek van StrafrechtArt. 24 Wetboek van StrafrechtArt. 24c Wetboek van StrafrechtArt. 63 Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor rijden onder invloed van alcohol op bromfiets

Het gerechtshof Leeuwarden heeft op 21 maart 2011 het vonnis van de politierechter in Assen vernietigd en in hoger beroep opnieuw recht gedaan. Verdachte werd beschuldigd van het rijden onder invloed van alcohol op een tweewielige bromfiets op 21 mei 2008, waarbij het ademalcoholgehalte 410 microgram per liter uitgeademde lucht bedroeg, ruim boven de wettelijke limiet van 220 microgram.

Het hof achtte bewezen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan overtreding van artikel 8, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Verdachte toonde onverantwoordelijk verkeersgedrag en bracht daarmee de verkeersveiligheid in gevaar. Verdachte was eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten, wat meewoog in de strafmaat.

Tijdens de terechtzitting overhandigde de raadsvrouw een psychologisch rapport waaruit bleek dat verdachte leed aan borderline persoonlijkheidspathologie en psychotische gevoeligheid, waardoor hij niet belastbaar is voor arbeid. Ondanks het pleidooi voor een taakstraf wees het hof dit af vanwege de aard van de psychische problematiek en de recidive.

Het hof legde een geldboete van 190 euro op, lager dan de door de advocaat-generaal gevorderde boete van 220 euro, rekening houdend met de financiële situatie van verdachte. Bij niet-betaling wordt vervangende hechtenis van drie dagen opgelegd.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van 190 euro met vervangende hechtenis van drie dagen bij niet-betaling.

Uitspraak

Parketnummer: 24-001531-09
Parketnummer eerste aanleg: 19-905923-08
Arrest van 21 maart 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 8 september 2008 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1977] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsvrouw van verdachte
mr. I.M. Weijers, advocaat te Emmen.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
De raadsvrouw van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de politierechter zal bevestigen.
De beslissing op het hoger beroep
Van de terechtzitting in eerste aanleg is geen proces-verbaal opgemaakt. Daarom kan het hof niet beoordelen of het onderzoek in eerste aanleg overeenkomstig de wet heeft plaatsgevonden en of het vonnis aan de wettelijke eisen voldoet. Het vonnis zal in zoverre om deze reden worden vernietigd en het hof zal in zoverre opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
hij op of omstreeks 21 mei 2008 te [plaats] als bestuurder van een voertuig, (tweewielige bromfiets), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 410 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.
Bewezenverklaring
Het hof acht bewezen dat:
hij op 21 mei 2008 te [plaats] als bestuurder van een voertuig, tweewielige bromfiets, dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 410 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
overtreding van artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wegenverkeerswet 1994.
Strafbaarheid
Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft op 21 mei 2008 op een bromfiets gereden terwijl hij onder invloed was van alcoholhoudende drank. Verdachte heeft zich hiermee onverantwoordelijk getoond in zijn verkeersgedrag en de belangen van de verkeersveiligheid, daaronder begrepen de veiligheid van zijn medeweggebruikers, veronachtzaamd.
Het hof heeft voorts gelet op het de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 14 februari 2011. Daaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Ter terechtzitting van het hof op 7 maart 2011 is door de raadsvrouw een kopie van het rapportageconcept d.d. 8 november 2010 van de psycholoog M. Heutink betreffende de persoon van de verdachte opgemaakt in opdracht van de bedrijfsarts ten behoeve van een medische keuring, overgelegd. In dit rapportageconcept staat onder meer beschreven dat bij verdachte sprake is van borderline persoonlijkheidspathologie met een verhoogde psychotische gevoeligheid, dat verdachte niet belastbaar is voor arbeid en de verwachting is dat dit in de toekomst niet zal veranderen.
De raadsvrouw heeft ter terechtzitting naar voren gebracht dat verdachte naast psychische ook financiële problemen heeft. Zij heeft bepleit dat aan verdachte in plaats van een geldboete een taakstraf wordt opgelegd.
Op grond van de landelijk gehanteerde oriëntatiepunten straftoemeting is, gelet op de recidive van verdachte, een geldboete van 220 euro passend.
Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof oplegging van de door de politierechter opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde geldboete passend en geboden. Daarbij is rekening gehouden met verdachtes financiële draagkracht, voor zover deze ter terechtzitting is gebleken.
Een taakstraf, zoals door de raadvrouw bepleit, is naar het oordeel van het hof in deze zaak niet aan de orde. Gelet op de conclusies van de psycholoog lijkt verdachte ook niet in staat om een taakstraf te verrichten.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van honderdnegentig euro;
beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van drie dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. G. Dam, voorzitter, mr. L.T. Wemes en mr. P. Greve, in tegenwoordigheid van mr. M. Nijhuis als griffier.