ECLI:NL:GHLEE:2011:BP8650
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging zware mishandeling en vernieling, werkstraf voor mishandeling
Het gerechtshof Leeuwarden heeft op 18 maart 2011 het vonnis van de politierechter in hoger beroep behandeld. Verdachte werd vrijgesproken van poging tot zware mishandeling en vernieling, maar veroordeeld voor mishandeling. De mishandeling bestond uit het slaan met het ijzeren gedeelte van een schep tegen de rechterzij van het slachtoffer, waardoor letsel en pijn ontstonden.
De verdediging voerde een beroep op noodweer aan, stellende dat verdachte handelde uit noodzakelijke zelfverdediging tegen een aanval van het slachtoffer. Het hof verwierp dit beroep omdat de verklaringen van de slachtoffers aannemelijker waren dan die van verdachte, en er geen sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding.
Het hof oordeelde dat er sprake was van onredelijke vertraging in de procedure, maar dat dit niet leidde tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. De straf werd bepaald op een werkstraf van 50 uur, met een vervangende hechtenis van 25 dagen, waarbij geen strafvermindering werd toegepast vanwege de duur van de werkstraf.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering omdat het voegingsformulier geen in geld uitgedrukte schade bevatte. Verdachte werd veroordeeld tot de kosten van het geding, begroot op nihil.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging zware mishandeling en vernieling, veroordeeld tot 50 uur werkstraf voor mishandeling, en de benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.