ECLI:NL:GHLEE:2011:BP7285
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- W. Breemhaar
- K.M. Makkinga
- B.J.H. Hofstee
- Rechtspraak.nl
Betaling honorarium op basis van no cure no pay ondanks intrekking subsidie
In deze civiele zaak draait het om de uitleg van een no cure no pay-overeenkomst tussen geïntimeerde en appellanten, waarbij geïntimeerde subsidies aanvroeg namens appellanten. De subsidie werd aanvankelijk toegekend, waarna geïntimeerde een honorarium factureerde. Later trok de subsidieverlener de subsidie in wegens niet-naleving van voorwaarden door appellanten.
Appellanten stelden dat zij geen honorarium verschuldigd waren omdat de subsidie uiteindelijk niet werd toegekend. Geïntimeerde betoogde dat de toekenning van de subsidie doorslaggevend was voor betaling, ongeacht de latere intrekking.
Het hof oordeelde dat de overeenkomst duidelijk voorschreef dat betaling verschuldigd was vanaf het moment van toezegging van de subsidie. De verantwoordelijkheid voor het voldoen aan subsidievoorwaarden lag bij appellanten. Omdat de subsidie was toegezegd en geïntimeerde haar werkzaamheden had verricht, ontstond een opeisbare vordering tot betaling. De latere intrekking door de subsidieverlener was geen reden om betaling te weigeren, temeer daar appellanten onvoldoende hadden onderbouwd dat geïntimeerde verwijtbaar had gehandeld.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellanten hoofdelijk tot betaling van het honorarium en de proceskosten.
Uitkomst: Appellanten worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het honorarium aan geïntimeerde ondanks intrekking van de subsidie.