ECLI:NL:GHLEE:2011:BP6632
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Veen
- Koolschijn
- Hielkema
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijk bezit van 386 hennepplanten met werkstraf
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van 386 hennepplanten. In hoger beroep vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht. Het hof achtte bewezen dat verdachte op 13 maart 2007 in zijn woning opzettelijk 386 hennepplanten had, een hoeveelheid die valt onder lijst II van de Opiumwet.
Het hof nam het strafrechtelijk verleden van verdachte mee, waaruit bleek dat hij eerder voor andere strafbare feiten was veroordeeld, maar sinds het bewezen feit niet opnieuw met justitie in aanraking was gekomen. Gelet op de aard en ernst van het feit en de persoon van verdachte, legde het hof een onvoorwaardelijke werkstraf van 50 uren op, met een subsidiaire hechtenis van 25 dagen.
Ook constateerde het hof een overschrijding van de redelijke termijn met ruim twee maanden, wat in strijd is met artikel 6 EVRM Pro. Omdat de opgelegde straf minder dan 100 uren werkstraf betrof, vond het hof een strafvermindering niet passend en achtte de verdragsschending voldoende gecompenseerd.
Het hof sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten en veroordeelde hem uitsluitend voor het bezit van de hennepplanten. Dit arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Leeuwarden op 3 maart 2011.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een onvoorwaardelijke werkstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis voor het opzettelijk bezit van 386 hennepplanten.