ECLI:NL:GHLEE:2011:BP6026

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
25 februari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-001852-08
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken opzet bij poging tot ontploffing door gasopening

Verdachte had in een depressieve toestand de gaskraan van zijn woning opengedraaid met het doel zichzelf van het leven te beroven door een pijnloze en zekere dood te sterven. Hij had een grote hoeveelheid slaapmedicatie ingenomen en lag bewusteloos op een matras in de keuken.

De brandweer trof een gasconcentratie aan die bij vonken een ontploffing had kunnen veroorzaken met gevaar voor personen en goederen. Verdachte werd vervolgd wegens poging tot opzettelijk ontploffing teweegbrengen met gevaar voor goederen en personen.

Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans had aanvaard dat door zijn handelen een ontploffing zou plaatsvinden. Verdachte had verklaard dat zijn handelen uitsluitend gericht was op zelfdoding en niet op het veroorzaken van gevaar voor anderen.

Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging. Het hof achtte aannemelijk dat verdachte zich niet bewust was van de mogelijke gevolgen van zijn handelen en geen opzet had op het veroorzaken van een ontploffing.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van opzet bij poging tot ontploffing.

Uitspraak

Parketnummer: 24-001852-08
Parketnummer eerste aanleg: 17-880098-08
Arrest van 25 februari 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 3 juli 2008 in de strafzaak tegen:
[verdachte]
geboren op [1967] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. A.A. Scholtmeijer, advocaat te Heerenveen.
Het vonnis waarvan beroep
De rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen ter zake het hem ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
hij op of omstreeks 4 maart 2008 te [plaats], (in elk geval) in de gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk (in een woning/pand, gelegen aan of bij de [adres] aldaar) een ontploffing teweeg te brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemd(e) woning/pand en/of de zich in voornoemd(e) woning/ pand bevindende goederen en/of voor een of meer belendende percelen/woningen (en de daarin aanwezige goederen), in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een/de zich in voornoemd(e) woning/ pand en/of in d(i)e belendende percelen/woningen bevindend(e) perso(o)n(en), in elk geval voor een ander of anderen, te duchten was, met dat opzet een (zich in die woning/dat pand bevindende) gaskraan/-leiding (volledig) heeft opengedraaid/opengezet, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Vrijspraak
Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.
Het hof overweegt hieromtrent als volgt.
Het hof is met de raadsman van verdachte van oordeel dat niet is gebleken dat verdachte opzet op het veroorzaken van een ontploffing heeft gehad.
Verdachte was voornemens zich op 4 maart 2008 van het leven te beroven en heeft daartoe een grote hoeveelheid slaapmedicatie tot zich genomen en heeft de gaskraan in zijn woning opengedraaid. Vervolgens is verdachte op een matras in de keuken gaan liggen en is binnen korte tijd buiten bewustzijn geraakt. Op het moment dat de gealarmeerde brandweer in de woning kwam was het percentage gas zo hoog dat het vonken van een elektrisch apparaat voldoende zou zijn geweest om een ontploffing te weeg te brengen met gevaar voor personen en goederen in de naaste omgeving.
Voor het aan verdachte ten laste gelegde is vereist dat de verdachte opzettelijk heeft gehandeld. Hierbij dient - om tot een bewezenverklaring te kunnen komen - het (voorwaardelijk) opzet gericht te zijn op het teweegbrengen van een ontploffing.
De vraag is dan of verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat door zijn handelen in de woning een ontploffing te weeg zou worden gebracht.
Verdachte heeft ter zitting verklaard dat zijn handelen enkel en alleen gericht was op een pijnloze zekere dood. Hij heeft geen moment stilgestaan bij de risico's en eventuele gevolgen van zijn handelen voor anderen.
Op grond van de inhoud van het dossier alsmede de ter terechtzitting afgelegde verklaring van verdachte acht het hof aannemelijk geworden dat verdachte zich niet bewust is geweest van de mogelijke gevolgen van zijn handelen en niet willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat als gevolg van zijn gedragingen een ontploffing zou plaatsvinden.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. J.A.A.M. van Veen, voorzitter, mr. O. Anjewierden en mr. G.M. Meijer-Campfens, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Schulte als griffier.