ECLI:NL:GHLEE:2011:BP5346
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- S. Zwerwer
- K. Lahuis
- J.A.A.M. van Veen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor onttrekking minderjarige kinderen aan wettig gezag ondanks co-ouderschapsregeling
De verdachte werd beschuldigd van het onttrekken van haar twee minderjarige kinderen aan het wettig gezag van hun vader door zich niet te houden aan een door de rechtbank vastgestelde co-ouderschapsregeling in de periode van 19 september 2008 tot en met 3 november 2008. Zij bracht de kinderen niet naar school en plaatste hen op een voor de vader onbekend adres, waardoor de vader zijn omgangsrecht niet kon uitoefenen.
De verdediging voerde aan dat het niet nakomen van de omgangsregeling geen onttrekking aan het wettig gezag vormde en stelde dat verdachte handelde uit psychische overmacht vanwege zorgen over het meenemen van de kinderen naar Frankrijk. Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat verdachte bewust handelde en anders had moeten handelen.
Het hof stelde vast dat verdachte niet eerder was veroordeeld en dat zij inmiddels weer samen met haar ex-partner de co-ouderschapsregeling uitvoert. Gelet hierop en de ernst van de feiten legde het hof een geheel voorwaardelijke werkstraf van 40 uur op met een proeftijd van twee jaar. Dit om te benadrukken dat eigenrichting niet wordt getolereerd en toekomstige overtredingen te voorkomen.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht, waarbij het bewezen verklaarde feit werd gekwalificeerd als opzettelijke onttrekking van minderjarigen aan het wettig gezag. Verdachte werd veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf, met de mogelijkheid van vervangende hechtenis bij niet-naleving.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf van 40 uren wegens onttrekking van haar minderjarige kinderen aan het wettig gezag.