ECLI:NL:GHLEE:2011:BP3451
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs uitkeringsfraude door onjuiste opgave samenwoning
Verdachte werd beschuldigd van uitkeringsfraude door onjuiste opgave over het beëindigen van samenwoning met haar partner aan de Intergemeentelijke Sociale Dienst, terwijl zij volgens het Openbaar Ministerie feitelijk nog samenwoonden.
De politierechter veroordeelde verdachte op basis van verklaringen van haar schoonzus en vader. In hoger beroep oordeelde het hof dat deze verklaringen niet zonder meer betrouwbaar zijn vanwege gecompliceerde familieverhoudingen en dat er onvoldoende aanvullend onderzoek was gedaan.
Verdachte verklaarde dat de relatie met haar partner was beëindigd wegens disharmonie, maar dat hij regelmatig aanwezig was vanwege de zorg voor hun ernstig zieke kind. Het hof achtte deze verklaring consistent en plausibel en concludeerde dat er geen sprake was van gezamenlijke huishouding of gezamenlijke kosten.
Daarmee was het hof van oordeel dat het primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kon worden, waardoor verdachte werd vrijgesproken van de tenlasteleggingen.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van uitkeringsfraude.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van uitkeringsfraude.