ECLI:NL:GHLEE:2011:BP3285
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- W.M. van Schuijlenburg
- O. Anjewierden
- G.M. Meijer-Campfens
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor oplichting en afpersing met geweld en listige kunstgrepen
Verdachte werd beschuldigd van meerdere feiten van oplichting, afpersing en poging daartoe, gepleegd over een periode van ruim twee jaar in verschillende Nederlandse gemeenten. De delicten betroffen onder meer het aannemen van valse hoedanigheden, het gebruik van listige kunstgrepen, bedreigingen met geweld en het dwingen van slachtoffers tot afgifte van geldbedragen.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht. Diverse feiten werden bewezen verklaard, waaronder medeplegen van oplichting en afpersing, alsmede pogingen tot afpersing. Andere feiten werden vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs. De strafwaardigheid werd mede gebaseerd op de kwetsbare positie van de slachtoffers en de recidive van verdachte.
De rechtbank kende schadevergoedingen toe aan twee benadeelde partijen, respectievelijk €125.000 en €51.204,50, met de bepaling dat betaling door mededaders de verplichting van verdachte vermindert. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren, waarbij de tijd in voorlopige hechtenis in mindering werd gebracht. Tevens werden vervangende hechtenis en kostenveroordelingen opgelegd.
Het hof motiveerde de straf met de ernst van de feiten, de wijze van uitvoering, het misbruik van vertrouwen en de recidive. De bewezenverklaringen rustten op verklaringen van slachtoffers, medeverdachten, sms-berichten en telefoongesprekken. Verweren van de verdediging werden grotendeels verworpen, met uitzondering van enkele vrijspraken wegens onvoldoende bewijs.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 4 jaar gevangenisstraf en gedeeltelijke toewijzing van schadevergoedingen wegens oplichting en afpersing.