WAHV 200.073.536
13 december 2010
CJIB [nummer]
Gerechtshof te Leeuwarden
Beschikking
op het hoger beroep tegen de beschikking
van de kantonrechter van de rechtbank 's-Gravenhage
van 3 augustus 2010
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het verzet van de betrokkene gegrond verklaard, het tegen betrokkene uitgevaardigde dwangbevel vernietigd en terugbetaling gelast van het door de betrokkene betaalde griffierecht. De beschikking van de kantonrechter is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het procesverloop
De officier van justitie heeft tegen de beschikking van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter overwogen dat de betrokkene het verschuldigde bedrag aan het CJIB had overgemaakt, zodat geen verhaal meer behoefde plaats te vinden.
2. De officier van justitie heeft aangevoerd dat de betrokkene het verschuldigde bedrag van € 188,01 niet eigener beweging heeft voldaan maar dat het bedrag na toepassing van verhaal zonder dwangbevel door het CJIB van de bankrekening van de betrokkene is afgeschreven. Doordat de kantonrechter het verzet gegrond heeft verklaard zal het CJIB genoodzaakt zijn het reeds geïnde bedrag terug te betalen en het verschuldigde bedrag vervolgens opnieuw te innen. De officier van justitie voert voorts aan dat de kantonrechter ten onrechte heeft bepaald dat het tegen betrokkene uitgevaardigde dwangbevel diende te worden vernietigd, nu er sprake was verhaal zonder dwangbevel.
3. Het verzet van de betrokkene richt zich tegen de kennisgeving van verhaal zonder dwangbevel d.d. 22 januari 2010. Nu in de beschikking van de kantonrechter is bepaald dat "het tegen betrokkene uitgevaardigde dwangbevel" wordt vernietigd kan de beschikking op dit onderdeel niet in stand blijven.
4. Voornoemde kennisgeving van verhaal zonder dwangbevel houdt in dat de betrokkene het bedrag van € 188,01, bestaande uit het openstaande bedrag van € 168,75 en de incassokosten van € 19,26, verschuldigd was. De betrokkene heeft in haar verzetschrift d.d. 29 januari 2010 tegen het verhaal zonder dwangbevel gesteld dat zij het openstaande bedrag van € 168,75 op 25 juni 2009 aan het CJIB heeft overgemaakt. Ten bewijze daarvan heeft zij een kopie van een bankafschrift overgelegd. Op die kopie is het CJIB-nummer niet zichtbaar.
5. Het CJIB heeft in het commentaar d.d. 7 juni 2010 weersproken dat de betrokkene in de onderhavige zaak een betaling heeft gedaan. De betaling op het bankafschrift had betrekking op de zaak met CJIB-nummer 126490277. Het hof stelt voorts vast dat het openstaande bedrag blijkens het zaakoverzicht van het CJIB op 25 juni 2009 niet € 168,75, doch € 90,- bedroeg, doordat de eerste en de tweede aanmaning nog niet waren toegepast. De betrokkene had op dat moment administratief beroep ingesteld tegen de opgelegde sanctie. Ook om die reden is niet aannemelijk dat de genoemde betaling betrekking had op deze zaak.
6. De betrokkene heeft kennelijk ter zitting van de kantonrechter een meer recent bankafschrift overgelegd en gesteld dat zij het bedrag van € 188,01 op 28 januari 2010 aan het CJIB had overgemaakt. Op het betreffende bankafschrift is het CJIB-nummer [nummer] vermeld. Dat nummer heeft betrekking op onderhavige zaak. Voorts is vermeld: "CJIB VZD (het hof leest: verhaal zonder dwangbevel) sancties. Zie de u afzonderlijk toegezonden kennisgeving van verhaal".
7. Het voorgaande in aanmerking genomen stelt het hof vast dat het bedrag van de vordering op 28 januari 2010 door toepassing van verhaal zonder dwangbevel is geïnd. Nu niet is gebleken dat de betrokkene het verschuldigde bedrag en de kosten voorafgaande aan de inning door het CJIB heeft voldaan, en ook overigens niet is gebleken dat het verhaal zonder dwangbevel op onrechtmatige wijze is toegepast, kan ook de beschikking van de kantonrechter, houdende gegrond verklaring van het verzet, niet in stand blijven.
8. Het hof zal de beschikking van de kantonrechter vernietigen en, doende hetgeen de kantonrechter had behoren te doen, het verzet ongegrond verklaren.
Beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beschikking van de kantonrechter;
verklaart het verzet ongegrond.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Dijkstra, Sekeris en Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Zomer als griffier, en uitgesproken ter