ECLI:NL:GHLEE:2010:BQ4430

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
9 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.065.015
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
  • Beswerda
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:17 AwbArt. 12 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens appelverbod bij administratieve sanctie onder €70

De betrokkene werd door de kantonrechter veroordeeld tot een administratieve sanctie van €50 wegens een overtreding van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. Tegen deze beslissing stelde de gemachtigde van de betrokkene hoger beroep in bij het gerechtshof Leeuwarden, met het verzoek om kostenvergoeding.

Het hof oordeelde dat het hoger beroep in beginsel niet-ontvankelijk is omdat de sanctie lager is dan de drempel van €70 zoals gesteld in artikel 14 WAHV Pro. De gemachtigde voerde aan dat hij niet was opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter, wat volgens hem een schending van het hoor en wederhoor principe betekende en daarmee doorbreking van het appelverbod rechtvaardigde.

Het hof stelde vast dat de betrokkene zelf ter zitting aanwezig was en verweer voerde, zonder aan te geven dat hij zich door zijn gemachtigde wilde laten vertegenwoordigen. Hoewel de gemachtigde niet was opgeroepen, leidde dit niet tot een schending van het beginsel van hoor en wederhoor die het appelverbod kon doorbreken. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot kostenvergoeding afgewezen.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het appelverbod bij een sanctie onder €70.

Uitspraak

WAHV 200.065.015
9 december 2010
CJIB 113330933
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Roermond
van 13 november 2008
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Roermond genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Ingevolge het bepaalde in artikel 14 WAHV Pro kan tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan € 70,-. De aan de betrokkene opgelegde sanctie bedraagt € 50,-. Op grond hiervan dient het hoger beroep van de betrokkene in beginsel niet-ontvankelijk te worden verklaard.
2. De gemachtigde van de betrokkene voert in hoger beroep aan dat hij ten onrechte geen oproeping voor de zitting van de kantonrechter heeft ontvangen. Gelet hierop is doorbreking van het appelverbod gerechtvaardigd, aldus de gemachtigde.
3. Het hof is van oordeel dat wanneer een beroep wordt gedaan op schending van zo fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging, zoals schending van het beginsel van hoor en wederhoor, dat geen sprake is van een eerlijke en onpartijdige behandeling en dit beroep gegrond moet worden geacht, doorbreking van het appelverbod van artikel 14, eerste lid, WAHV gewettigd is. Indien een partij niet behoorlijk is opgeroepen om te worden gehoord en de rechter niettemin een beslissing in de zaak van die partij neemt, kan er naar het oordeel van het hof sprake zijn van schending van het beginsel van hoor en wederhoor.
4. Artikel 12, eerste lid, WAHV luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
''De kantonrechter stelt, alvorens te beslissen, partijen in de gelegenheid om op een openbare zitting hun zienswijze nader toe te lichten. Zij worden daartoe door de griffier opgeroepen.''
Ingevolge artikel 6:17 Awb Pro worden - indien iemand zich laat vertegenwoordigen - de op de zaak betrekking hebbende stukken in ieder geval aan de gemachtigde gezonden.
5. De beslissing van de kantonrechter vermeldt dat de betrokkene is verschenen ter zitting. Nu het dossier geen oproeping van de gemachtigde, die toen reeds kenbaar de betrokkene vertegenwoordigde, voor deze zitting bevat, moet het ervoor worden gehouden dat die oproeping niet is verzonden. De gemachtigde is derhalve niet behoorlijk opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter. Dat brengt mee dat artikel 12, eerste lid, WAHV juncto artikel 6:17 Awb Pro is geschonden. Onder omstandigheden kan dit leiden tot schending van het beginsel van hoor en wederhoor. Daarvan is het hof in onderhavige zaak echter niet gebleken. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat de betrokkene ter zitting is verschenen en aldaar zijn verweer heeft gevoerd. De betrokkene heeft ter zitting niet aangegeven dat hij vertegenwoordiging door zijn gemachtigde wenst. Ook de stukken in hoger beroep houden niets in waaruit kan worden afgeleid dat de betrokkene zich ter zitting van de kantonrechter door de gemachtigde wilde laten vertegenwoordigen. Gelet hierop kan niet worden geoordeeld dat de betrokkene door voornoemde schending in enig rechtens te respecteren belang is geschaad.
6. Onder deze omstandigheden is naar het oordeel van het hof geen plaats voor een doorbreking van het appelverbod van artikel 14, eerste lid, WAHV. Het hof verwerpt daarom het beroep daarop. Dit brengt mee dat het hoger beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
7. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, ziet het hof geen aanleiding tot toekenning van een kostenvergoeding. Het hof zal het verzoek daartoe afwijzen.
Beslissing
Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Beswerda en Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.