ECLI:NL:GHLEE:2010:BP5742

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
24 augustus 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.058.699
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling bevoegdheid kantonrechter bij snelheidsovertreding als strafbaar feit

In deze zaak gaat het om een snelheidsovertreding waarbij de betrokkene een administratieve sanctie kreeg opgelegd voor het overschrijden van de maximumsnelheid met 14 km/h buiten de bebouwde kom. De kantonrechter verklaarde zich echter onbevoegd omdat de snelheidsovertreding feitelijk zo ernstig was (34 km/h overschrijding bij wegwerkzaamheden) dat het als een strafbaar feit moest worden aangemerkt.

De betrokkene ging in hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter. De advocaat-generaal trok de inleidende beschikking in, waarna het hof de gemachtigde van de betrokkene vroeg of het hoger beroep werd ingetrokken. De gemachtigde handhaafde het hoger beroep enkel voor de kostenvergoeding.

Het hof oordeelde dat hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter niet openstaat als de sanctie nihil is gesteld en dat het beroep op kostenvergoeding geen doorbreking van het appelverbod rechtvaardigt. Het hof bevestigde dat de kantonrechter bevoegd is om over de zaak te oordelen, omdat de gedraging niet als WAHV-gedraging kan worden aangemerkt maar als strafbaar feit. Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot kostenvergoeding afgewezen.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot kostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

WAHV 200.058.699/02
24 augustus 2010
CJIB 120116503
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Maastricht
van 19 november 2009
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), gevestigd te [vestigingsplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft zich naar aanleiding van het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Maastricht genomen beslissing onbevoegd verklaard, de beslissing van de officier van justitie vernietigd alsmede de inleidende beschikking, en de Staat der Nederlanden veroordeeld tot een proceskostenvergoeding. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Daarbij is verzocht om vergoeding van kosten.
Bij brief van 25 maart 2010 heeft de advocaat-generaal het hof bericht, dat is besloten om de inleidende beschikking van 22 juli 2008, waarbij aan de betrokkene een administratieve sanctie is opgelegd, in te trekken en dat de betrokkene hiervan in kennis is gesteld.
Bij brief van 26 maart 2010 heeft de griffier van het hof de gemachtigde verzocht te berichten of hij naar aanleiding van de mededeling van de advocaat-generaal het hoger beroep intrekt.
Bij brief van 30 maart 2010 heeft de gemachtigde van de betrokkene het hof verzocht te beslissen met betrekking tot de door hem gespecificeerde kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en dat hij het hoger beroep voor het overige intrekt. Bij brief van 16 april 2010 heeft de advocaat-generaal gereageerd op de kostenopgave van de gemachtigde.
De gemachtigde van de betrokkene is in de gelegenheid gesteld om een nadere toelichting op het kostenverzoek in te dienen. Bij brief van 21 april 2010 is van deze gelegenheid gebruik gemaakt.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld om op voormelde brief van de gemachtigde van de betrokkene te reageren, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. De gemachtigde van de betrokkene heeft het hof bij de hierboven vermelde brief van 30 maart 2010 bericht dat hij graag een beslissing van het hof ontvangt met betrekking tot de kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en dat hij voor het overige het hoger beroep intrekt. Het hof verstaat deze mededeling aldus dat de gemachtigde het hoger beroep handhaaft.
2. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 64,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom met 14 km/h (verkeersbord A1)”, welke gedraging zou zijn verricht op 17 juni 2008 om 06.24 uur op de Brusselseweg te Maastricht met het voertuig met het kenteken [00-AB-AB].
3. Bij de bestreden beslissing heeft de kantonrechter het volgende overwogen: "Betrokkene voert aan dat uit de dossierstukken blijkt dat de snelheidsovertreding dermate hoog was dat deze niet met een beschikking in het kader van de Wahv afgehandeld kon worden. Uit het aanvullend proces-verbaal van 28 september 2008 blijkt dat de toegestane snelheid ter plaatse tijdelijk niet 70 km/h was maar 50 km/h in verband met wegwerkzaamheden. De toegestane snelheid is derhalve overtreden met 34 km/h.
Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het verweer van betrokkene slaagt en dat de kantonrechter zich onbevoegd zal verklaren om van de zaak kennis te nemen. Een en ander brengt met zich mee dat zowel de beschikking van de Officier van Justitie als de initiële beschikking dient te worden vernietigd."
4. Het voorgaande houdt in dat de kantonrechter op grond van de voorliggende stukken heeft vastgesteld dat de snelheidsovertreding feitelijk van dien aard is geweest dat deze als strafbaar feit had dienen te worden gekwalificeerd. Dat oordeel is juist, in aanmerking genomen dat blijkens de in 2008 geldende "Richtlijn voor strafvordering tarieven en feitomschrijvingen voor misdrijven, overtredingen en gedragingen als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften" een snelheidsoverschrijding van 34 kilometer per uur op een autosnelweg buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden door middel van een OM-transactie wordt afgedaan, of onder omstandigheden door middel van een dagvaarding bij de strafrechter wordt aangebracht. Indien een dergelijk feit kennelijk bij vergissing als WAHV-gedraging is aangemerkt, zoals in het onderhavige geval, en het openbaar ministerie in die omstandigheid geen aanleiding heeft gezien tot intrekking van de inleidende beschikking, dient de kantonrechter de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking te vernietigen. Nu de kantonrechter bevoegd is om over de beslissing van de officier van justitie te oordelen, leest het hof het dictum voor zover daarin de onbevoegdverklaring is opgenomen aldus, dat daarin tot uiting is gebracht dat in casu geen sprake is van een gedraging als bedoeld in artikel 2 van Pro de WAHV.
5. De gemachtigde kan niet in zijn hoger beroep worden ontvangen. Immers, noch op grond van artikel 14, eerste lid, WAHV staat hoger beroep open, nu de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter op nihil is gesteld, noch op grond van het tweede lid van dat artikel, nu geen sprake is van niet-ontvankelijkheid van het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie, ook niet in bedekte vorm, zoals de gemachtigde van de betrokkene aanvoert.
De omstandigheid dat de gemachtigde van de betrokkene het niet eens is met de hoogte van de kostenvergoeding die door de kantonrechter is toegekend, rechtvaardigt niet doorbreking van het appelverbod.
Beslissing
Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Zomer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.