ECLI:NL:GHLEE:2010:BP2934

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
21 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
WAHV 200.046.412
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11, derde lid, WAHV
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet stellen van zekerheid bij administratieve sanctie

Het gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter Utrecht die het beroep van betrokkene tegen een administratieve sanctie niet-ontvankelijk had verklaard wegens het niet stellen van zekerheid binnen de wettelijke termijn.

De kantonrechter stelde vast dat betrokkene niet binnen de in artikel 11, derde lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) gestelde termijn zekerheid had gesteld voor de betaling van de sanctie, en dat dit verzuim ook niet binnen een nader gestelde termijn was hersteld. Op grond hiervan was het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat in een vergelijkbare situatie de sanctie ongedaan was gemaakt zonder dat zekerheid was gesteld, en beriep zich op het gelijkheidsbeginsel. Het hof oordeelde dat de officier van justitie weliswaar de vrijheid heeft om een sanctie ongedaan te maken zonder dat zekerheid is gesteld, maar dat de rechter deze beoordelingsvrijheid niet heeft. Indien geen zekerheid is gesteld, kan de rechter niet inhoudelijk op het beroep ingaan.

Daarom faalde het beroep op het gelijkheidsbeginsel en bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter, waardoor geen inhoudelijke beoordeling van de bezwaren tegen de sanctie kon plaatsvinden.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het niet stellen van zekerheid.

Uitspraak

WAHV 200.046.412
21 januari 2010
CJIB [nummer]
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Utrecht
van 6 oktober 2009
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde], wonende te [woonplaats].
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Utrecht genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. De kantonrechter heeft, uitgaande van zijn - in hoger beroep niet bestreden - vaststelling dat de betrokkene niet binnen de in art. 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en dat de betrokkene evenmin binnen een nader gestelde termijn dit verzuim heeft hersteld, terecht het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard.
2. De gemachtigde van de betrokkene heeft erop gewezen dat in een -in zijn ogen- identieke situatie, de sanctie ongedaan is gemaakt zonder dat zekerheid is gesteld. De gemachtigde heeft daarbij gewezen op de procedure met betrekking tot de beslissing met CJIB-nummer [nummer]. Uit het dossier blijkt dat in die procedure, nadat de betrokkene beroep had ingesteld bij de kantonrechter, de officier van justitie de betrokkene heeft bericht de opgelegde sanctie niet langer te willen handhaven. Het al dan niet stellen van zekerheid in de procedure bij de kantonrechter heeft geen invloed op de beoordelingsvrijheid die het bestuursorgaan, de officier van justitie, heeft. De officier van justitie kan daarom ook zonder dat zekerheid is gesteld besluiten een opgelegde sanctie ongedaan te maken. De rechter heeft deze vrijheid echter niet. Indien geen zekerheid is gesteld, kan de kantonrechter niet toekomen aan een beoordeling van de bezwaren van de betrokkene tegen de opgelegde sanctie. Gelet hierop faalt het beroep van de gemachtigde van de betrokkene op het gelijkheidsbeginsel.
3. Het hof zal de bestreden beslissing daarom bevestigen en kan dus, net als de kantonrechter, niet toekomen aan een beoordeling van de bezwaren van de betrokkene tegen de opgelegde sanctie.
Beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Terhell als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.