ECLI:NL:GHLEE:2010:BP2934
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet stellen van zekerheid bij administratieve sanctie
Het gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter Utrecht die het beroep van betrokkene tegen een administratieve sanctie niet-ontvankelijk had verklaard wegens het niet stellen van zekerheid binnen de wettelijke termijn.
De kantonrechter stelde vast dat betrokkene niet binnen de in artikel 11, derde lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) gestelde termijn zekerheid had gesteld voor de betaling van de sanctie, en dat dit verzuim ook niet binnen een nader gestelde termijn was hersteld. Op grond hiervan was het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat in een vergelijkbare situatie de sanctie ongedaan was gemaakt zonder dat zekerheid was gesteld, en beriep zich op het gelijkheidsbeginsel. Het hof oordeelde dat de officier van justitie weliswaar de vrijheid heeft om een sanctie ongedaan te maken zonder dat zekerheid is gesteld, maar dat de rechter deze beoordelingsvrijheid niet heeft. Indien geen zekerheid is gesteld, kan de rechter niet inhoudelijk op het beroep ingaan.
Daarom faalde het beroep op het gelijkheidsbeginsel en bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter, waardoor geen inhoudelijke beoordeling van de bezwaren tegen de sanctie kon plaatsvinden.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het niet stellen van zekerheid.