ECLI:NL:GHLEE:2010:BP0729
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen tussenbeschikking in alimentatiezaak
Partijen zijn in 1993 gehuwd en in 2006 gescheiden. De rechtbank Leeuwarden bepaalde in 2007 de bijdrage van de man aan de kosten van levensonderhoud van de vrouw op €400 per maand. De vrouw verzocht wijziging van deze bijdrage naar €1.200 bruto per maand. De rechtbank oordeelde in een beschikking van 18 februari 2009 dat de eerdere beschikking van 25 juli 2007 met grove miskenning van wettelijke maatstaven tot stand was gekomen en verwees de zaak naar een nadere zitting.
De man stelde hoger beroep in tegen deze beschikking, maar het hof oordeelde dat de beschikking een tussenbeschikking betreft en geen eindbeslissing, waardoor tussentijds hoger beroep niet mogelijk is zonder toestemming van de rechter. De griffier had dit niet toegestaan en de man had geen verlof gevraagd. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Het hof overwoog tevens dat de rechtbank bevoegd is de toepasselijkheid van artikel 1:401 lid 5 BW Pro te heroverwegen, mits partijen daarvoor gelegenheid krijgen. De zaak werd behandeld op 4 februari 2010, waarbij beide partijen werden bijgestaan door advocaten en pleitnotities werden overgelegd.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de man niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van toestemming voor tussentijds hoger beroep tegen een tussenbeschikking.