ECLI:NL:GHLEE:2010:BO8933

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
24 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-000848-09
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid

In deze zaak heeft het Gerechtshof Leeuwarden op 24 december 2010 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een veroordeling van de politierechter in de rechtbank Groningen. De verdachte, geboren in 1958 en zonder vaste woon- of verblijfplaats, was eerder veroordeeld voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid. De politierechter had hem een geldboete van € 200,-- opgelegd, subsidiair 4 dagen hechtenis. De verdachte heeft tijdig hoger beroep aangetekend, maar verscheen niet ter terechtzitting. Het hof verleende verstek tegen de niet verschenen verdachte. De advocaat-generaal vorderde handhaving van de eerdere straf. Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en opnieuw recht gedaan. Het hof achtte bewezen dat de verdachte op 8 december 2007 in een supermarkt te [plaats] [slachtoffer] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen door haar borst te beetpakken en omhoog te duwen. Het hof oordeelde dat de verdachte strafbaar was en dat er geen strafuitsluitingsgronden aanwezig waren. Bij de strafoplegging hield het hof rekening met het feit dat de verdachte niet eerder was veroordeeld voor strafbare feiten. Uiteindelijk werd de verdachte veroordeeld tot een geldboete van € 200,--, met de mogelijkheid van vervangende hechtenis voor 4 dagen indien niet aan de betalingsverplichting werd voldaan.

Uitspraak

Parketnummer: 24-000848-09
Parketnummer eerste aanleg: 18-652185-08
Arrest van 24 december 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 25 maart 2009 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1958] te [geboorteplaats],
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte mr. U. van Ophoven, advocaat te Leek, die heeft verklaard niet gemachtigd te zijn tot het ter terechtzitting voeren van de verdediging.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een geldboete van € 200,--, subsidiair te vervangen door 4 dagen hechtenis.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
hij op of omstreeks 08 december 2007 te [plaats], door geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, bestaande uit het beetpakken en omhoogduwen, althans aanraken van een borst en bestaande die andere feitelijkhed uit de onverhoedsheid van de beweging.
Bewezenverklaring
Het hof acht bewezen dat:
hij op 08 december 2007 te [plaats], door een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het beetpakken en omhoogduwen van een borst en bestaande die andere feitelijkheid uit de onverhoedsheid van de beweging.
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
feitelijke aanranding van de eerbaarheid.
Strafbaarheid
Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich op 8 december 2007 schuldig gemaakt aan feitelijke aanranding van de eerbaarheid van [slachtoffer], doordat hij onverhoeds een borst van [slachtoffer] heeft vastgepakt en omhooggeduwd. Verdachte pleegde de handelingen in de supermarkt waar [slachtoffer] op dat moment aan het werk was. Door het plegen van deze handelingen heeft verdachte hoogst ongepast gedrag vertoond en blijk gegeven van weinig respect voor [slachtoffer].
Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een de verdachte betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 12 november 2010, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder ter zake van strafbare feiten is veroordeeld.
Alles afwegende is het hof van oordeel dat hetgeen door de advocaat-generaal gevorderd is, een passende en geboden reactie is op het bewezenverklaarde. Het hof zal verdachte derhalve veroordelen tot een geldboete conform deze eis.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c en 246 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van tweehonderd euro;
beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vier dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. W.P.M. ter Berg, voorzitter, mr. L.T. Wemes en mr. W.M. van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van K.J. Reinke als griffier.