ECLI:NL:GHLEE:2010:BO8387

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
16 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-000861-10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22c SrArt. 22d SrArt. 63 SrArt. 9 Wegenverkeerswet 1994Art. 176 Wegenverkeerswet 1994
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling rijden zonder geldig rijbewijs na invordering

Verdachte werd door de politierechter veroordeeld wegens het rijden in een auto terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd. Tegen dit vonnis kwam verdachte in hoger beroep bij het gerechtshof Leeuwarden.

Tijdens de behandeling van het hoger beroep werd vastgesteld dat verdachte op 17 maart 2008 een personenauto bestuurde terwijl zijn rijbewijs, dat op zijn naam stond, was ingevorderd en niet aan hem was teruggegeven. Het hof achtte bewezen dat verdachte zich niet hield aan de maatregel van invordering van zijn rijbewijs, wat een overtreding is van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Het hof hield rekening met eerdere veroordelingen van verdachte voor verkeersfeiten en stemde de straf af op de landelijke richtlijnen, waarbij een gevangenisstraf van twee weken gebruikelijk is. Het hof legde echter een werkstraf van 28 uren op, met een subsidiaire hechtenis van 14 dagen voor het geval de werkstraf niet wordt uitgevoerd. De raadsvrouw van verdachte verzocht om een geldboete in plaats van een werkstraf, maar dit werd afgewezen wegens onvoldoende zwaarwegende persoonlijke omstandigheden.

Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht, waarbij het bewezen verklaarde feit werd gekwalificeerd en verdachte werd veroordeeld tot de genoemde straf.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 28 uren met subsidiaire hechtenis van 14 dagen wegens het rijden terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd.

Uitspraak

Parketnummer: 24-000861-10
Parketnummer eerste aanleg: 17-754675-08
Arrest van 16 december 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 16 december 2008 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1960] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsvrouw van verdachte
mr. B.M.J.C. van Lee, advocaat te Leeuwarden.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
De raadsvrouw van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een werkstraf van 31 uren en een geldboete van € 340,-.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
hij op of omstreeks 17 maart 2008, te of bij [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], als degene van wie ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs was gevorderd en/of als degene van wie zijn rijbewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de [straat], een motorrijtuig, (personenauto), van de categorie of categorieën, waarvoor dat rijbewijs was afgegeven, heeft bestuurd.
Bewezenverklaring
Het hof acht bewezen dat:
hij op 17 maart 2008, te [plaats], als degene van wie ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 zijn rijbewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de [straat], een motorrijtuig personenauto, van de categorie of categorieën, waarvoor dat rijbewijs was afgegeven, heeft bestuurd.
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
Overtreding van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Strafbaarheid
Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het rijden in een auto, terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd. Hij heeft zich niets aangetrokken van de jegens hem genomen maatregel van invordering.
Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 20 september 2010 - meermalen onherroepelijk is veroordeeld waaronder voor verkeersfeiten tot geldboetes en rijontzeggingen.
Voor het bepalen van de straf heeft het hof aansluiting gezocht bij de landelijk geldende richtlijnen voor overtredingen van artikel 9 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, te weten een gevangenisstraf van twee weken. In dit geval zal het hof volstaan met een werkstraf van 28 uren, subsidiair twee weken vervangende hechtenis.
Ter zitting van het hof heeft de raadsvrouw aan het hof verzocht om af te zien van het opleggen van een werkstraf en in plaats daarvan een geldboete op te leggen. De hiertoe naar voren gebrachte persoonlijke omstandigheden van verdachte zijn echter niet zodanig zwaarwegend, dat van een werkstraf zou moeten worden afgezien.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van achtentwintig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van veertien dagen zal worden toegepast.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. W. Foppen, voorzitter, mr. P. Koolschijn en mr. J. Hielkema, in tegenwoordigheid van mr. M. Zevenhuizen als griffier.