ECLI:NL:GHLEE:2010:BO6389

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
8 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
WAHV 200.060.601
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
  • Sekeris
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 WAHVArt. 14 WAHVArt. 20d WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen matiging sanctie roodlichtovertreding verworpen

Betrokkene werd administratief gesanctioneerd met een boete van €150 wegens het door rood licht rijden op 20 mei 2009 te Amsterdam. De kantonrechter matigde deze sanctie tot €75 vanwege aangevoerde omstandigheden zoals het volgen van een vrachtwagen en onbekendheid met de verkeerssituatie.

De officier van justitie stelde hoger beroep in tegen deze matiging. Het hof beoordeelde het bewijs, waaronder foto's waarop het rode licht 1,7 seconden brandde terwijl betrokkene de stopstreep passeerde, en concludeerde dat de overtreding vaststaat.

Het hof oordeelde dat de omstandigheden onvoldoende bijzonder zijn om van het tarief af te wijken. Van betrokkene mocht worden verwacht dat hij voldoende afstand hield om het verkeerslicht te kunnen waarnemen en tijdig te stoppen. De matiging werd daarom vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de matiging en verklaart het beroep ongegrond, waardoor de sanctie van €150 blijft gelden.

Uitspraak

WAHV 200.060.601
8 november 2010
CJIB 131418119
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam
van 19 januari 2010
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam genomen beslissing gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag
van € 75,-. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het procesverloop
De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 150,- opgelegd ter zake van “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”, welke gedraging zou zijn verricht op 20 mei 2009 om 08.00 uur op de Amsteldijk (thv Berlagebrug) te Amsterdam met het voertuig met het kenteken [00-AB-AB].
2. De betrokkene heeft in de procedure bij de kantonrechter niet ontkend door het rode licht te zijn gereden, doch hij heeft zich op het standpunt gesteld dat deze gedraging is verricht onder zodanige omstandigheden dat het opleggen van een sanctie niet te billijken is, dan wel dat matiging van de sanctie gerechtvaardigd is. Daartoe heeft hij het volgende aangevoerd. Hij stond als tweede voertuig, achter een vrachtwagen met oplegger, te wachten voor het verkeerslicht. Toen het verkeerslicht op groen sprong is hij rustig, achter de vrachtwagen aan, de kruising opgereden. Toen werd hij geflitst omdat het verkeerslicht kennelijk al op rood was gesprongen. De betrokkene meent dat het verkeerslicht veel te strak stond afgesteld. Als tweede auto zou je makkelijk door groen moeten kunnen rijden, aldus de betrokkene. Nu kreeg hij daar niet eens de kans voor. De betrokkene meent derhalve dat de sanctie ten onrechte is opgelegd.
Ter zitting van de kantonrechter heeft de betrokkene nog aangevoerd dat hij onbekend was met de verkeerssituatie op de onder 1. genoemde locatie. Daarnaast voerde hij nog aan dat hij, bij het passeren van het verkeerslicht, zag dat het verkereslicht rood licht uitstraalde. Aangezien stilstaan op die positie niet goed mogelijk was - omdat hij dan hinder zou hebben veroorzaakt voor andere voertuigen - is hij doorgereden.
3. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de gedraging is verricht en dat de sanctie terecht is opgelegd. Vervolgens heeft de kantonrechter die sanctie gematigd tot een bedrag van € 75,-, nu hij daartoe in de aangevoerde omstandigheden termen aanwezig achtte.
4. De officier van justitie voert in hoger beroep - zakelijk weergegeven - aan dat de beslissing van de kantonrechter onbegrijpelijk is, voor zover hij beslist de sanctie te matigen, aangezien die beslissing onvoldoende is onderbouwd. Naar de mening van de officier van justitie zijn de door de betrokkene aangevoerde omstandigheden onvoldoende om tot matiging van de sanctie te leiden.
5. De ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB houdt - naast de in de beschikking genoemde gedragingsgegevens - onder meer het volgende in:
“Door middel van twee foto's van roodlichtapparatuur werd de overtreding fotografisch vastgelegd.
Foto 1: Het rode licht brandt tenminste een seconde.
Foto 2: Een seconde later.
Op het moment van de overtreding brandde het licht reeds 1,7 seconden. De geelfase bedroeg 3 seconden.”
6. De beide foto's van de gedraging bevinden zich in het dossier. Op de eerste foto is te zien dat het voertuig van de betrokkene de stopstreep passeert. Uit het zogeheten inspiegelbeeld van de foto blijkt dat het verkeerslicht op dat moment 1,7 seconden rood licht uitstraalde. De geellichtfase bedroeg 3 seconden. De tweede foto is een seconde later genomen. Te zien is dat het voertuig van de betrokkene de kruising oprijdt.
Op beide foto's is te zien dat er een vrachtwagen voor het voertuig van de betrokkene rijdt.
7. Gelet op de verklaring van de verbalisant en de foto's van de gedraging - en in aanmerking genomen dat de betrokkene het een en ander niet bestrijdt - staat vast dat de gedraging is verricht. Het hof dient te beoordelen of er redenen zijn de sanctie te matigen.
8. Op grond van artikel 2, derde lid, WAHV is de hoogte van de sanctie voor elke gedraging vastgesteld in de bij de wet behorende bijlage. Deze in hoge mate tariefsmatige afdoening van gedragingen brengt mee dat de omstandigheden van het concrete geval niet licht van invloed zullen zijn op de hoogte van de opgelegde sanctie. Slechts bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven om van de vastgestelde tarieven af te wijken.
9. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is naar het oordeel van het hof niet gebleken. Vooropgesteld zij dat te allen tijde van iedere weggebruiker mag worden verwacht dat hij tijdig en op juiste wijze anticipeert op een naderende verkeerssituatie. In dit geval mocht dan ook van de betrokkene worden gevergd dat hij voldoende afstand hield tot de vrachtwagen die voor hem reed, zodat hij het verkeerslicht kon blijven waarnemen en, toen dat - eerst na de geellichtfase - op rood sprong, tijdig kon stoppen. Dit heeft de betrokkene kennelijk nagelaten. Immers, hij heeft het verkeerslicht pas waar kunnen nemen toen hij de stopstreep al gepasseerd was en stoppen - in zijn ogen - niet meer verantwoord was. Dat de betrokkene aldus niet tijdig kon reageren op het rode verkeerslicht is een omstandigheid die geheel voor zijn eigen rekening en risico komt. Daar kan niet aan afdoen dat de betrokkene niet bekend was met de verkeerssituatie ter plaatse. Immers, juist dan mag van een bestuurder worden verwacht dat hij zijn rijgedrag en positie op de weg zodanig kiest, dat hij niet wordt verrast door een - in zijn ogen - plotselinge wijziging van de verkeerssituatie.
10. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de kantonrechter ten onrechte heeft besloten de aan de betrokkene opgelegde sanctie te matigen. Het hof zal deze beslissing derhalve vernietigen en doen wat de kantonrechter had behoren te doen, namelijk het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaren.
Beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Sekeris en Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Verdoorn als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.