ECLI:NL:GHLEE:2010:BO4522
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Uitleg aandelenoptieovereenkomst en onrechtmatig handelen door onthouden jaarrekening
Appellant, statutair directeur en werknemer, had een aandelenoptieovereenkomst gesloten met geïntimeerden waarbij hij het recht kreeg om certificaten van aandelen te kopen tegen een prijs gebaseerd op de gemiddelde vijfjaarswinst van [naam] Beheer B.V.. In 2001 werd een dochteronderneming verkocht met een aanzienlijke boekwinst, die volgens geïntimeerden niet mee mocht tellen in de berekening van de verkoopprijs van de aandelen.
Appellant stelde dat hij door het niet verstrekken van de jaarrekening 2001, waarin de boekwinst was verwerkt, niet in staat was om zijn opties in vrijheid uit te oefenen en vorderde aansprakelijkheid van geïntimeerden wegens misleiding en onzorgvuldigheid. De rechtbank wees zijn vorderingen af, stellende dat de onzekerheid over de waardering niet door het onthouden van informatie maar door het verschil in interpretatie van de optieovereenkomst werd veroorzaakt.
Het hof oordeelde dat geïntimeerden onrechtmatig hadden gehandeld door de jaarrekening te onthouden, maar vond niet aannemelijk dat appellant daardoor schade had geleden. Het verschil van inzicht over de uitleg van artikel 12 van Pro de optieovereenkomst was niet onrechtmatig, mede omdat geïntimeerden hun standpunt konden onderbouwen met deskundigenadviezen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van appellant af.