ECLI:NL:GHLEE:2010:BO4288

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
12 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-003198-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 Wegenverkeerswet 1994Art. 9 Wegenverkeerswet 1994Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c Sr
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep rijden onder invloed en rijden tijdens ontzegging rijbevoegdheid

Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor rijden onder invloed en het besturen van een motorrijtuig tijdens een rechterlijk opgelegde ontzegging van de rijbevoegdheid en terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 1 september 2008 een snorfiets bestuurde met een alcoholgehalte van 440 microgram per liter uitgeademde lucht, zonder geldig rijbewijs en ondanks de ontzegging.

De feiten omvatten drie strafbare feiten: rijden onder invloed, rijden tijdens ontzegging rijbevoegdheid en rijden met ongeldig verklaard rijbewijs. Verdachte had een strafblad met soortgelijke veroordelingen en was sinds juli 2009 in behandeling bij Verslavingszorg Noord Nederland, waarbij hij stabiliteit en motivatie toonde om zijn situatie te verbeteren.

Het hof hield rekening met deze persoonlijke omstandigheden en besloot af te zien van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zoals in eerste aanleg was opgelegd. In plaats daarvan werd een werkstraf van 140 uur opgelegd, waarvan 70 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een werkstraf van 140 uur, deels voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

Parketnummer: 24-003198-09
Parketnummer eerste aanleg: 18-653746-08
Arrest van 12 november 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 27 maart 2009 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1972] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsvrouw van verdachte mr. N.B. Swart, advocaat te Groningen.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
De raadsvrouw van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde tot een werkstraf voor de duur van 140 uren, subsidiair 70 dagen hechtenis, waarvan 70 uren, subsidiair 35 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
1.
hij op of omstreeks 1 september 2008, in de gemeente [gemeente], als bestuurder van een motorrijtuig (snorfiets), dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 440 microgram, in elk geval hoger dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist en verdachte dit motorrijtuig heeft bestuurd zonder rijbewijs;
2.
hij op of omstreeks 1 september 2008, in de gemeente [gemeente], terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de [straat], een motorrijtuig, (snorfiets), heeft bestuurd;
3.
hij op of omstreeks 1 september 2008, in de gemeente [gemeente], terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten alle categorieën, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [straat], als bestuurder een motorrijtuig, (snorfiets), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:
1.
hij op 1 september 2008, in de gemeente [gemeente], als bestuurder van een motorrijtuig (snorfiets), dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994,
440 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist en verdachte dit motorrijtuig heeft bestuurd zonder rijbewijs;
2.
hij op 1 september 2008, in de gemeente [gemeente], terwijl hij wist dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de [straat], een motorrijtuig, (snorfiets), heeft bestuurd;
3.
hij op 1 september 2008, in de gemeente [gemeente], terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor alle categorieën, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, de [straat], als bestuurder een motorrijtuig, (snorfiets), van die categorie heeft bestuurd.
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:
Onder 1: Overtreding van artikel 8, derde lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994;
Onder 2: Overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994;
Onder 3: Overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Strafbaarheid
Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft op 1 september 2008 - onder invloed van alcohol- een snorfiets bestuurd, terwijl hij wist dat aan hem door de rechter een ontzegging van de rijbevoegdheid was opgelegd. Daarnaast wist hij op dat moment dat tevens zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Verdachte heeft daarmee een rechterlijke uitspraak en een tegen hem genomen administratieve maatregel genegeerd. Zowel de rechterlijke uitspraak als de administratieve maatregel zijn bedoeld om de algemene verkeersveiligheid te bevorderen. Voorts heeft verdachte door zijn handelswijze - het rijden onder invloed - de verkeersveiligheid, daaronder begrepen de veiligheid van zijn medeweggebruikers, in gevaar gebracht.
Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie
d.d. 16 september 2010, waaruit blijkt dat verdachte reeds meermalen is veroordeeld ter zake van soortgelijke delicten.
Het hof heeft voorts rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals die naar voren zijn gekomen in het over verdachte opgemaakte korte verslag d.d. 25 oktober 2010 van de Verslavingszorg Noord Nederland, betreffende de huidige leefsituatie van verdachte. Uit het verslag blijkt dat verdachte sinds juli 2009 hulp krijgt van Verslavingszorg Noord Nederland. Op dat moment was verdachte dakloos wegens huurschulden. Verdachte heeft sinds juni 2010 weer een eigen huurhuis via het tweede kans beleid. Sinds verdachte hulp krijgt met betrekking tot de alcoholproblematiek is verdachte niet teruggevallen in het vroegere alcoholgebruik. Uit het verslag blijkt ook dat verdachte meer stabiliteit in zijn leven heeft dan een paar jaar geleden en gemotiveerd is om deze stabiliteit te behouden.
De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep namens verdachte naar voren gebracht dat verdachte bang is zijn woning te verliezen indien hij een gevangenisstraf moet ondergaan. Verdachte acht de kans klein dat hij opnieuw een woning toegewezen zal krijgen, aangezien hij al in het tweede kans beleid zit.
De ernst van de feiten, in samenhang bezien met verdachtes justitiële verleden rechtvaardigen in beginsel de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zoals ook door de rechter in eerste aanleg is opgelegd. Wegens bovenstaande persoonlijke omstandigheden van verdachte is het hof echter van oordeel dat ter zake van de onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde misdrijven kan worden volstaan met oplegging van een (deels voorwaardelijke) werkstraf van na te noemen duur, zoals door de advocaat-generaal gevorderd.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9, 8 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van honderdveertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van zeventig dagen zal worden toegepast;
beveelt dat een gedeelte van de werkstraf groot zeventig uren, subsidiair vijfendertig dagen vervangende hechtenis, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. G.M. Meijer-Campfens voorzitter, mr. O. Anjewierden en mr. H.J. de Ruijter, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Schulte als griffier, zijnde mr. Meijer-Campfens en mr. De Ruijter voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.