ECLI:NL:GHLEE:2010:BO2612
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo
- S.H. Wachter
- A.J. Rietveld
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling zoon
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het opzettelijk mishandelen van zijn zoon, waarbij hij hem zou hebben geduwd, geslagen en gestompt, wat letsel en pijn veroorzaakte. Het hof behandelde het hoger beroep tegen dit vonnis.
Hoewel er aangifte was gedaan door het slachtoffer en een verklaring van diens moeder, oordeelde het hof dat deze bewijsmiddelen niet voldoende overtuigend waren in samenhang met het overige dossier en de zitting. Hierdoor kon het hof niet met zekerheid vaststellen dat verdachte het ten laste gelegde feit had gepleegd.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde mishandeling. De vordering van de advocaat-generaal om verdachte te veroordelen tot een werkstraf van dertig uur werd niet toegewezen.
De uitspraak benadrukt het belang van overtuigend bewijs in strafzaken en bevestigt dat twijfel in het voordeel van de verdachte moet worden uitgelegd.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van mishandeling.