ECLI:NL:GHLEE:2010:BO1382
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- W. Foppen
- P. Koolschijn
- J. Hielkema
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep telen hennep met recente recidive leidt tot voorwaardelijke gevangenisstraf en werkstraf
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het telen van hennep tussen 16 mei en 2 juni 2008. In hoger beroep vernietigde het hof het vonnis en deed opnieuw recht. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte hennep had geteeld in een pand te Leeuwarden.
Van belang was dat verdachte reeds op 18 april 2008 was veroordeeld voor een soortgelijk feit, waardoor sprake was van zeer recente recidive. Normaal gesproken zou dit leiden tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Echter, het hof hield rekening met persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder het feit dat hij inmiddels schulden had afgelost en werkzaam was als internationaal vrachtwagenchauffeur.
Het hof legde daarom een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken op, met een proeftijd van twee jaar, en een onvoorwaardelijke werkstraf van 56 uren, met vervangende hechtenis van 28 dagen bij niet-nakoming. Het hof motiveerde deze strafcombinatie vanuit normhandhaving en vergelding, maar met oog voor de persoonlijke situatie van verdachte.
De tenlastelegging betrof het opzettelijk telen van ongeveer 40 hennepplanten, een middel vermeld op lijst II van de Opiumwet. Strafuitsluitingsgronden werden niet aangenomen. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten.
De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof Leeuwarden op 21 oktober 2010, met toepassing van artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en diverse artikelen uit het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken en een werkstraf van 56 uren wegens het telen van hennep met recente recidive.