ECLI:NL:GHLEE:2010:BO0979

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
15 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-001270-10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300 lid 2 Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken opzet bij val met breuk na stoeipartij

Verdachte werd primair ten laste gelegd van zware mishandeling en subsidiair van eenvoudige mishandeling met strafverzwarend gevolg. Het incident vond plaats op 12 december 2009, waarbij verdachte onverwachts zijn been achter de benen van aangever haakte, wat leidde tot een val en een breuk in de bovenarm van aangever.

De rechtbank had verdachte veroordeeld voor eenvoudige mishandeling, maar het hof vernietigde dit vonnis en sprak verdachte vrij. Het hof oordeelde dat verdachte weliswaar opzettelijk handelde door het beenhaken, maar dit slechts als aanzet tot een stoeipartij bedoeld was. De breuk werd gezien als een ongelukkige samenloop van omstandigheden zonder opzet op letsel.

De advocaat-generaal had een werkstraf en jeugddetentie gevorderd, maar het hof volgde dit niet. Het hof stelde vast dat er geen bewijs was voor opzet, ook niet voorwaardelijk, en dat verdachte strafrechtelijk niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor het letsel.

Het arrest werd gewezen op 15 oktober 2010 door het Gerechtshof Leeuwarden, dat het vonnis van de kinderrechter vernietigde en verdachte volledig vrijsprak van de ten laste gelegde feiten.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van opzet op het toebrengen van letsel bij een val tijdens een stoeipartij.

Uitspraak

Parketnummer: 24-001270-10
Parketnummer eerste aanleg: 19-700044-10
Arrest van 15 oktober 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Assen van 19 mei 2010 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1993] te [geboorteplaats],
wonende te [adres], [adres],
verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman, mr. H.J. Pellinkhof, advocaat te Assen.
Het vonnis waarvan beroep
De kinderrechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis vrijgesproken van het primair ten laste gelegde en heeft hem voor het subsidiair ten laste gelegde veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal vrijspreken van het primair ten laste gelegde en voor het subsidiair ten laste gelegde zal veroordelen tot een werkstraf van 25 uren, subsidiair 13 dagen vervangende jeugddetentie.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
hij op of omstreeks 12 december 2009 te [plaats], althans in de gemeente [gemeente], aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (gebroken schouder), heeft toegebracht, door deze [slachtoffer] voornoemd opzettelijk te duwen en/of te laten struikelen, tengevolge waarvan deze [slachtoffer] voornoemd is komen te vallen;
althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, ter zake dat:
hij op of omstreeks 12 december 2009 te [plaats], althans in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend [slachtoffer], heeft geduwd en/of heeft laten struikelen, tengevolge waarvan deze [slachtoffer] voornoemd is komen te vallen, ten gevolge waarvan deze zwaar lichamelijk letsel (gebroken schouder), althans enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.
Vrijspraak
Uit de inhoud van het dossier en hetgeen ter terechtzitting van het hof van 1 oktober 2010 naar voren is gekomen leidt het hof de navolgende gang van zaken af.
Verdachte bevond zich in de vroege avond van 12 december 2009 met een aantal leeftijdgenoten, onder wie aangever, op een plein in [plaats]. Zij kenden elkaar van school of buurt. Op enig moment heeft verdachte aangever (in zijn eigen woorden) "neergelegd" door onverwachts zijn been achter de benen van aangever te haken. Volgens de verklaring van verdachte en diverse getuigen moet deze handeling worden beschouwd als een aanzet tot een stoeipartij, zoals die wel vaker tussen hen plaatsvond. Aangever kwam als gevolg daarvan echter op een zodanig ongelukkige wijze ten val dat hij een breuk in zijn bovenarm, net onder de schouderkop, opliep. Hij heeft de dag daarop aangifte van mishandeling gedaan. Aan verdachte is ten laste gelegd primair zware mishandeling en subsidiair eenvoudige mishandeling met het strafverzwarende gevolg, zoals bedoeld in het tweede lid van artikel 300 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal acht het hof het primair ten laste gelegde niet bewezen, nu niet blijkt van enig opzet aan de zijde van verdachte op het toebrengen van (zwaar) lichamelijk letsel aan aangever.
Anders dan de advocaat-generaal acht het hof het subsidiair ten laste gelegde evenmin bewezen. Vaststaat dat verdachte opzettelijk heeft gehandeld door onverwachts zijn been achter de benen van aangever te haken. Gelet op alle voorhanden zijnde verklaringen, beschouwd in onderling verband en samenhang, is het hof - mede bezien in het licht van de omstandigheid dat verdachte met dit beentje haken de aanzet tot een stoeipartij met aangever wilde geven - van oordeel dat de door aangever ten gevolge van dit voorval opgelopen breuk in zijn bovenarm moet worden aangemerkt als een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Uit de beschreven gang van zaken, die heeft geleid tot de val van aangever en de daardoor ontstane bovenarmbreuk kan niet worden afgeleid, dat verdachte het opzet heeft gehad - ook niet in voorwaardelijke vorm - op het toebrengen van pijn en/of letsel. Derhalve kan verdachte strafrechtelijk niet verantwoordelijk worden gehouden voor dit voorval.
Gelet op het vorenstaande zal het hof verdachte vrijspreken van zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;
Dit arrest is aldus gewezen door mr. A.J. Rietveld, voorzitter, mr. S.H. Wachter en mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel als griffier.