ECLI:NL:GHLEE:2010:BN8040
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- O. Anjewierden
- P. Koolschijn
- J. Hielkema
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt geldboete voor bedreiging met mes ondanks verweer niet-ontvankelijkheid OM
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor bedreiging met een mes gericht op het leven van het slachtoffer. In hoger beroep voerde de raadsman aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat verdachte zijn verdediging niet in vrijheid kon voeren, aangezien hij direct na de zitting werd aangehouden en in vreemdelingenbewaring werd gesteld.
Het hof oordeelde dat verdachte tijdens de zittingen voldoende werd vertegenwoordigd door zijn raadsman, die uitdrukkelijk gemachtigd was en dat verdachte niet zelf ter zitting hoefde te verschijnen. Het verweer van schending van artikel 6 lid 3 EVRM Pro werd daarom verworpen. Daarnaast werd het verweer verworpen dat het verzenden van een transactievoorstel door het CJIB en het niet-ontvangen daarvan tot niet-ontvankelijkheid van het OM zou leiden.
Feitelijk werd bewezen dat verdachte op 11 oktober 2008 met een mes dreigend handelde richting het slachtoffer, wat het hof kwalificeerde als bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Gezien de ernst van het feit en eerdere veroordelingen van verdachte achtte het hof een geldboete van €650 passend. Het eerdere vonnis werd vernietigd en het hof legde deze geldboete op, met een vervangende hechtenis van 13 dagen bij niet-betaling.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van €650 wegens bedreiging met een mes.