ECLI:NL:GHLEE:2010:BN5052
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Melssen
- Breemhaar
- Bosch
- Rechtspraak.nl
Verdeling levensverzekering als overgeslagen goed bij ontbinding huwelijksgoederengemeenschap
In deze zaak staat centraal of de waarde van een levensverzekering, gekoppeld aan hypothecaire leningen, als overgeslagen goed moet worden beschouwd bij de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. Het hof stelt vast dat de levensverzekering niet is meegenomen in de oorspronkelijke verdeling en dat deze daarom alsnog verdeeld dient te worden volgens artikel 3:179 lid 2 BW Pro.
De appellant betoogde dat de levensverzekering met instemming van beide partijen aan hem was toegedeeld en dat een nadere verdeling in strijd zou zijn met de overeenkomst en redelijkheid en billijkheid. Het hof oordeelt echter dat uit de overeenkomst niet blijkt dat de levensverzekering bij de woning en hypotheek is inbegrepen en dat het redelijk is de waarde alsnog te verdelen.
Verder is vastgesteld dat de appellant na ontbinding van de huwelijksgemeenschap premies heeft betaald die verrekend moeten worden met de afkoopwaarde van de verzekering. Het saldo wordt verdeeld, waarbij de geïntimeerde recht heeft op de helft van de waarde. Daarnaast is vastgesteld dat de geïntimeerde een bedrag aan de appellant moet terugbetalen wegens onverschuldigde betaling. Het hof vernietigt het eerdere vonnis en spreekt de nieuwe verdeling uit.
Uitkomst: De levensverzekering wordt als overgeslagen goed verdeeld met verrekening van betaalde premies; geïntimeerde moet € 2.723,43 terugbetalen aan appellant.