ECLI:NL:GHLEE:2010:BN4404

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
8 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.038.256
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
  • Beswerda
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 WAHVArt. 20d WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen beslissing kantonrechter zonder zitting in bestuursstrafzaak WAHV

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de kantonrechter het beroep van betrokkene tegen een beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard en de inleidende beschikking vernietigd zonder een zitting te houden. De officier van justitie stelde dat dit in strijd was met artikel 12 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV), omdat partijen niet de mogelijkheid kregen hun zienswijze mondeling toe te lichten.

Het hof constateerde dat noch betrokkene noch de officier van justitie waren opgeroepen voor een zitting, hetgeen een schending van artikel 12, eerste lid, WAHV inhoudt. Dit leidde tot vernietiging van de beslissing van de kantonrechter. Het hof verwijst de zaak naar de enkelvoudige kamer voor een openbare zitting waar partijen hun zienswijze kunnen toelichten.

De officier van justitie had ook aangevoerd dat betrokkene niet tijdig beroep had ingesteld en dat het beroep niet-ontvankelijk verklaard had moeten worden, maar het hof oordeelde dat dit niet aan de orde was. Tevens wees het hof erop dat het niet vereist is om voorafgaand aan de zitting al over een aanvullend proces-verbaal te beschikken, omdat dit ook tijdens de zitting kan blijken.

Het arrest is gewezen door de rechters Dijkstra, Beswerda en Sekeris en uitgesproken op 8 maart 2010.

Uitkomst: De beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar de enkelvoudige kamer voor een openbare zitting.

Uitspraak

WAHV 200.038.256
8 maart 2010
CJIB 120678567
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Zutphen
van 24 juni 2009
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats].
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Zutphen genomen beslissing gegrond verklaard en de inleidende beschikking vernietigd. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het procesverloop
De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie alsmede de inleidende beschikking vernietigd. Hij heeft daartoe overwogen: "Aangezien hetgeen appellant aanvoert door de inhoud van het dossier niet dan wel onvoldoende wordt weerlegd en het Openbaar Ministerie in dit stadium van de procedure weigert een aanvullend proces-verbaal te laten opmaken, bestaat aanleiding het beroep gegrond te verklaren en de bestreden beslissing te vernietigen."
2. De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Hij stelt zich op het standpunt dat de kantonrechter in strijd met artikel 12 WAHV Pro de zaak heeft afgedaan zonder een zitting te houden. Derhalve is hij ten onrechte niet in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze mondeling toe te lichten. De officier van justitie is voorts van mening dat het niet juist is dat een kantonrechter verlangt reeds vóór de behandeling ter zitting over een aanvullend proces-verbaal te beschikken. Onder verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad van 18 januari 1994 (VR 1994, 49 LJN: ZC9609, gepubliceerd op rechtspraak.nl) wijst de officier van justitie erop dat ook ter zitting nog kan blijken dat een aanvullend proces-verbaal voor de beoordeling van de zaak van belang is. Ten slotte merkt de officier van justitie nog op dat de betrokkene niet tijdig beroep bij de kantonrechter heeft ingesteld en dat de kantonrechter het beroep daarom niet-ontvankelijk had dienen te verklaren. Gelet op het voorgaande concludeert de officier van justitie tot vernietiging van de beslissing van de kantonrechter en verzoekt hij de zaak terug te wijzen naar de kantonrechter.
3. Artikel 12, eerste lid, WAHV luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
"De kantonrechter stelt, alvorens te beslissen, partijen in de gelegenheid om (…) op een openbare zitting hun zienswijze nader toe te lichten. Zij worden daartoe door de griffier opgeroepen."
4. De beslissing van de kantonrechter vermeldt niet dat er een zitting is gehouden en of de betrokkene en de officier van justitie daar wel of niet zijn verschenen. Voorts bevat het dossier geen oproepingen van de officier van justitie en van de betrokkene voor een zitting. Gelet hierop en op het feit dat de officier van justitie stelt voor de behandeling van deze zaak nimmer een oproeping voor de zitting te hebben ontvangen, moet het ervoor worden gehouden dat die oproepingen niet zijn verzonden. De betrokkene en de officier van justitie zijn derhalve niet behoorlijk opgeroepen voor een zitting van de kantonrechter. Dat brengt mee dat artikel 12, eerste lid, WAHV is geschonden. De beslissing van de kantonrechter kan derhalve niet in stand blijven.
5. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen. Ingevolge artikel 20d, eerste lid, WAHV dient het hof te doen wat de kantonrechter had behoren te doen, namelijk zowel de betrokkene als de advocaat-generaal, die nadat hoger beroep is ingesteld als partij in de plaats treedt van de officier van justitie, uitnodigen om ter zitting van het hof in Leeuwarden hun zienswijze mondeling toe te lichten. Daartoe verwijst het hof de zaak naar de enkelvoudige kamer ter behandeling ter zitting. Voor terugwijzing naar de kantonrechter - zoals door de officier van justitie is voorgesteld - is slechts plaats wanneer de kantonrechter ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard. Daarvan is in deze zaak geen sprake.
Beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verwijst de zaak naar de enkelvoudige kamer van het hof;
bepaalt dat partijen zullen worden opgeroepen voor de zitting van het hof van 28 mei 2010.
Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Beswerda en Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Samplonius als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.