ECLI:NL:GHLEE:2010:BN2828
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep mishandeling met werkstraf en schadevergoeding
De minderjarige verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel door te trappen op het bovenbeen van het slachtoffer. In hoger beroep vernietigde het hof dit vonnis en sprak de verdachte vrij van het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, omdat het hof niet kon aannemen dat het trappen op het bovenbeen een aanmerkelijke kans op zwaar letsel met zich meebrengt.
Het hof achtte wel bewezen dat de verdachte het slachtoffer mishandelde door met kracht op het bovenbeen te trappen, waardoor het slachtoffer een gescheurde bovenbeenspier opliep. Het hof legde een werkstraf op van 40 uur, waarvan 20 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en bepaalde dat bij niet-naleving vervangende jeugddetentie van 20 dagen wordt toegepast.
De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding van in totaal €2.850,-, waarvan een deel werd toegewezen in eerste aanleg. Het hof kende een schadevergoeding toe van €300,-, inclusief wettelijke rente vanaf de datum van het letsel, en legde een schadevergoedingsmaatregel op. De overige immateriële schadevordering werd niet-ontvankelijk verklaard en dient bij de burgerlijke rechter te worden ingediend.
Bij de strafoplegging hield het hof rekening met het ontbreken van eerdere veroordelingen en positieve sociale omstandigheden van de verdachte. De kosten van het geding worden door partijen ieder zelf gedragen, met een aanvullende betalingsverplichting van de verdachte aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 40 uur werkstraf, waarvan 20 uur voorwaardelijk, en schadevergoeding van €300 toegewezen.