ECLI:NL:GHLEE:2010:BN0823
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Kuiper
- Verschuur
- Van Dorp
- Rechtspraak.nl
Onredelijkheid van dubbele makelaarscourtage bij portefeuillehouden woonboerderij
In deze zaak staat centraal of een makelaar recht heeft op dubbele courtage bij verkoop van een woonboerderij. De verkoper gaf in 2002 een opdracht tot actieve bemiddeling aan de makelaar, met een courtage van 1,5%. In juli 2003 werd de opdracht gewijzigd in een passieve portefeuillehouding, waarbij de makelaar geen actieve verkoop meer verrichtte. Drie jaar later verkocht een andere makelaar het pand, waarvoor deze provisie ontving.
De oorspronkelijke makelaar factureerde vervolgens alsnog courtage, maar de verkoper weigerde te betalen en diende een klacht in bij het VBO-tuchtcollege. Dit verklaarde de klacht grotendeels ongegrond, maar de rechtbank wees de vordering van de makelaar in eerste aanleg af omdat de nieuwe opdracht geen exclusiviteit bevatte en de makelaar geen actieve bemiddeling meer verrichtte.
Het hof bevestigde dit oordeel en benadrukte dat de makelaar de verkoper had moeten informeren over de gevolgen van het portefeuillehouden, met name dat bij verkoop door een andere makelaar dubbele courtage zou kunnen ontstaan. Nu dit niet was gebeurd, was het onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid dat de makelaar alsnog aanspraak maakte op volledige courtage. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde de makelaar in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de makelaar onredelijk handelt door dubbele courtage te vorderen en wijst de vordering af.