ECLI:NL:GHLEE:2010:BM9900
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Dijkstra
- Beswerda
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid kantonrechter bij wijziging plaats gedraging in bestuursrechtelijke zaak
In deze bestuursrechtelijke bestuursstrafzaak stond de vraag centraal welke kantonrechter bevoegd was om kennis te nemen van het beroep tegen een administratieve sanctie opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). De betrokkene voerde aan dat de plaats van de overtreding onjuist was vermeld op de beschikking, wat volgens hem de geldigheid van de bekeuring aantastte.
De kantonrechter te Schiedam verklaarde het beroep van de betrokkene gegrond en vernietigde de inleidende beschikking vanwege de foutieve plaatsaanduiding. De officier van justitie stelde hiertegen hoger beroep in en voerde aan dat de kantonrechter te Schiedam niet bevoegd was omdat de gedraging in Rotterdam was verricht.
Het gerechtshof oordeelde dat de relatieve bevoegdheid van de kantonrechter wordt bepaald door de in de beschikking vermelde pleegplaats, ook als deze onjuist is. Omdat de officier van justitie de plaats van de gedraging niet voorafgaand aan het ter kennis brengen van het beroepschrift aan de rechtbank had gewijzigd, was de kantonrechter te Schiedam bevoegd. De wijziging van de plaats tijdens de zitting maakte dit niet anders.
Het hoger beroep van de officier van justitie werd daarom ongegrond verklaard en de beslissing van de kantonrechter bevestigd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt dat de kantonrechter te Schiedam bevoegd was en wijst het hoger beroep van de officier van justitie af.