ECLI:NL:GHLEE:2010:BM2712
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- S. Zwerwer
- G.M. Meijer-Campfens
- H. Heins
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep mishandeling met voorwaardelijke werkstraf en schadevergoeding
In hoger beroep is verdachte veroordeeld voor mishandeling gepleegd op 9 december 2004. Het hof sprak verdachte vrij van het primaire ten laste gelegde opzet tot zwaar lichamelijk letsel, maar achtte het subsidiaire feit van mishandeling wettig en overtuigend bewezen. Verdachte had zijn (ex-)echtgenote met kracht gestompt en geduwd, waarbij zij ten val kwam en letsel opliep.
Het hof oordeelde dat verdachte strafbaar was en legde een voorwaardelijke werkstraf van 20 uur op met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd een schadevergoeding van €536,80 toegewezen aan de benadeelde partij, die haar vordering in eerste aanleg volledig had toegewezen gekregen. Verdachte had de schadevergoeding reeds voldaan.
De zaak kende een procedurele complicatie doordat de in eerste aanleg opgelegde straf was geëxecuteerd terwijl het vonnis nog niet in kracht van gewijsde was. Het hof verklaarde het openbaar ministerie desalniettemin ontvankelijk, omdat geen flagrante schending van de procesorde was vastgesteld.
De redelijke termijn was overschreden, maar dit werd gecompenseerd door de voorwaardelijke aard van de opgelegde straf. Verdachte was niet eerder strafrechtelijk veroordeeld. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht, waarbij het subsidiaire ten laste gelegde werd bewezen verklaard en bestraft.
Tot slot legde het hof de kosten van het geding aan verdachte op en bepaalde dat vervangende hechtenis van tien dagen kan worden toegepast indien de werkstraf niet wordt verricht of de schadevergoeding niet wordt betaald.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf van 20 uur en moet een schadevergoeding van €536,80 betalen aan de benadeelde.