ECLI:NL:GHLEE:2010:BM1288
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs feitelijk leidinggeven softdrugs bij coffeeshop
Verdachte werd ten laste gelegd dat hij feitelijk leiding gaf aan het voorhanden hebben en de bedrijfsmatige verkoop van grote hoeveelheden hennep en hasjiesj via een coffeeshop in de periode van 1 december 2000 tot en met 7 december 2004.
Bij doorzoekingen op 7 december 2004 werden grote hoeveelheden softdrugs aangetroffen bij de bedrijfsleider en in de coffeeshop. De bedrijfsleider verklaarde dat deze drugs van hem waren en dat verdachte hiervan geen weet had. Het hof vond geen concrete aanwijzingen dat verdachte op de hoogte was van deze voorraden.
Het hof oordeelde dat de officier van justitie niet ontvankelijk was voor de vervolging over de periode tot 7 december 2004, omdat niet was gebleken dat de gedoogcriteria werden overtreden. Voor de dag van 7 december 2004 zelf was geen bewijs dat er al verkoop had plaatsgevonden, waardoor verdachte ook daarvan werd vrijgesproken.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij van de tenlasteleggingen wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs en niet-ontvankelijkheid van vervolging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs en niet-ontvankelijkheid van vervolging voor de periode tot 7 december 2004.