ECLI:NL:GHLEE:2010:BM0009
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Fikkers
- De Hek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake huurachterstand en ontbinding huurovereenkomst woning
Tussen verhuurder en huurder is een schriftelijke huurovereenkomst gesloten voor een woning met een maandelijkse huurprijs die per 1 juli 2008 werd verhoogd. De huurder betaalde de huur van juni tot en met oktober 2008 niet, waardoor een aanzienlijke huurachterstand ontstond. De huurder stelde dat de betalingsachterstand voortkwam uit het stopzetten van pensioenuitkeringen en dat de woning bij aanvang in slechte staat verkeerde, wat haar huurgenot aantastte.
De verhuurder vorderde betaling van de achterstallige huur, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. De kantonrechter oordeelde dat de huurachterstand de ontbinding rechtvaardigde, maar stond de huurder een termijn toe om alsnog te betalen. De huurder stelde in hoger beroep dat de gebreken aan de woning recht gaven op huurprijsvermindering op grond van artikel 7:207 BW Pro, maar zij had geen reconventionele vordering tot huurprijsvermindering ingesteld.
Het hof stelde vast dat zonder een dergelijke vordering het beroep op huurprijsvermindering ter afwering van de vordering tot betaling en ontbinding niet slaagt. Ook werden de door de huurder genoemde gebreken als kleine herstellingen aangemerkt waarvoor de verhuurder niet aansprakelijk was. De huurprijsverhoging was contractueel overeengekomen en juist toegepast. De grieven van de huurder faalden, en het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter, veroordeelde de huurder in de proceskosten van het hoger beroep en wees het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de grieven van de huurder af.