ECLI:NL:GHLEE:2010:BL3697

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
2 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.043.898
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Bosch
  • Melssen
  • Jonkman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:160 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming rechter voor afwijking van alimentatie-eindigingsregeling bij hertrouwen en samenleven

In deze zaak heeft de vrouw hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Groningen waarin haar verzoek werd afgewezen om de alimentatieverplichting van de man niet te laten eindigen bij hertrouwen, geregistreerd partnerschap of samenwonen, afwijkend van artikel 1:160 BW Pro.

De man heeft zich niet tegen het beroep verweerd en stemde in met het verzoek van de vrouw. Het hof overwoog dat artikel 1:160 BW Pro van regelend recht is, waardoor partijen in onderling overleg hiervan kunnen afwijken. De rechter kan hier alleen van afwijken als beide partijen dit wensen.

Het hof besloot dat het passend is om de tussen partijen bestaande overeenkomst over de alimentatieverplichting vast te leggen in een beschikking, die geen rechterlijk oordeel inhoudt maar een executoriale weergave van hun afspraak. De beschikking werd vernietigd voor zover het verzoek was afgewezen en opnieuw beslist dat de alimentatieverplichting niet eindigt bij hertrouwen, geregistreerd partnerschap of samenwonen, en ook niet wordt opgeschort gedurende die periode. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek toe en legt vast dat de alimentatieverplichting niet eindigt bij hertrouwen, geregistreerd partnerschap of samenwonen.

Uitspraak

Beschikking d.d. 2 februari 2010
Zaaknummer 200.043.898
HET GERECHTSHOF LEEUWARDEN
Beschikking in de zaak van
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. M.H. Heeg, kantoorhoudende te Groningen,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats] ([land]),
hierna te noemen de man,
advocaat mr. M. Wierts, kantoorhoudende te Groningen.
Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Groningen van 15 september 2009, partijen voldoende bekend.
Het geding in hoger beroep
Bij beroepschrift, binnengekomen bij de griffie binnen de beroepstermijn, heeft de vrouw verzocht de bovengenoemde beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende te beslissen zoals in het petitum van dat beroepschrift is weergegeven, welk petitum als hier herhaald en ingelast geldt.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de overige stukken.
De beoordeling
1. Het hof heeft kennisgenomen van een faxbericht van 20 november 2009 van
mr. Wierts, waarbij zij aangeeft dat de man zich tegen het appelrekest van 18 september 2009, waarvan hij heeft genomen, niet wil verweren.
2. De vrouw verzoekt het hof, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de beschikking waarvan beroep te vernietigen en opnieuw rechtdoende te bepalen dat de alimentatieverplichting van de man in afwijking van het in artikel 1:160 BW Pro bepaalde niet zal eindigen indien de vrouw hertrouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of gaat samenleven met een ander als ware(n zij - toevoeging hof) gehuwd of als hadden zij hun samenleving laten registreren en te bepalen dat de alimentatieverplichting dan tevens niet gedurende deze periode kan worden opgeschort, dan wel te bepalen dat partijen met elkaar zijn overeengekomen dat in afwijking van het in artikel 1:160 BW Pro bepaalde de alimentatieverplichting van de man niet eindigt indien de vrouw hertrouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of bij samenleving van de vrouw met een ander als ware(n - toevoeging hof) zij gehuwd of als hadden zij hun partnerschap laten registeren en dat de alimentatieverplichting dan tevens niet zal worden opgeschort.
3. De man is het eens met hetgeen de vrouw heeft verzocht en heeft gevraagd dit vast te leggen in een beschikking.
4. Gelet op de instemming van de man met hetgeen door de vrouw is verzocht, zal een mondelinge behandeling van de zaak in hoger beroep achterwege worden gelaten, nu deze voor de beoordeling van de zaak niet nodig is.
5. Artikel 1:160 BW Pro is van regelend recht, hetgeen betekent dat partijen er in onderling overleg van kunnen afwijken. De rechter kan van dit artikel niet afwijken wanneer niet beide partijen dat wensen. Er bestaat echter geen bezwaar tegen om een tussen partijen op dit punt bestaande overeenstemming in een beschikking neer te leggen, nu een dergelijke beschikking feitelijk geen rechterlijk oordeel inhoudt maar slechts een weergave in executoriale vorm is van de tussen partijen bestaande overeenstemming.
6. Gelet hierop komt het het hof het meest zuiver voor het verzoek in hoger beroep toe te wijzen in de tweede door de vrouw verzochte variant, nu daaruit het duidelijkst blijkt dat het niet gaat om een rechterlijk oordeel maar om een overeenkomst tussen partijen.
Slotsom
7. Op grond van het voorgaande dient de beschikking waarvan beroep voor wat betreft de beslissing ten aanzien van dit punt te worden vernietigd en zal opnieuw worden beslist als na te melden.
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beschikking waarvan beroep, voor zover daarbij het verzoek om de tussen partijen bestaande overeenstemming betreffende het afwijken van artikel 1:160 BW Pro is afgewezen;
en in zoverre opnieuw beslissende:
bepaalt dat partijen met elkaar zijn overeengekomen dat in afwijking van het in artikel 1:160 BW Pro bepaalde de alimentatieverplichting van de man niet eindigt indien de vrouw hertrouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of bij samenleving van de vrouw met een ander als waren zij gehuwd of als hadden zij hun partnerschap laten registeren en dat de alimentatieverplichting dan tevens niet zal worden opgeschort;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Aldus gegeven door mrs. Bosch, voorzitter, Melssen en Jonkman, raden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 2 februari 2010 in bijzijn van de griffier.