ECLI:NL:GHLEE:2010:BL1707

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
2 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-000658-08
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis met wijziging strafoplegging wegens belastingfraude en valsheid in geschrift

De verdachte, bestuurder en enig aandeelhouder van drie BV's, werd door de rechtbank Groningen veroordeeld wegens feitelijk leidinggeven aan het indienen van onjuiste loonbelastingaangiften en het doen van onjuiste opgaven bij het UWV, alsmede het plegen van valsheid in geschrift met het oog op het verkrijgen van onterecht krediet bij de Rabobank.

In hoger beroep bevestigde het hof de bewezenverklaring, kwalificatie en strafbaarheid van de feiten, maar wijzigde de strafoplegging. Gezien de ernst van de feiten en de recidive van de verdachte, zou een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden passend zijn. Echter, vanwege de overschrijding van de redelijke termijn met zeven maanden en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, legde het hof een werkstraf van 240 uren op met een subsidiaire hechtenis van 120 dagen.

De tijd die de verdachte voorafgaand aan de tenuitvoerlegging in verzekering heeft doorgebracht, wordt in mindering gebracht volgens de maatstaf van twee uur werkstraf per dag. Hiermee werd het vonnis van de rechtbank bevestigd, behalve de strafmaat die werd aangepast.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 240 uur werkstraf met 120 dagen vervangende hechtenis wegens belastingfraude en valsheid in geschrift.

Uitspraak

Parketnummer: 24-000658-08
Parketnummer eerste aanleg: 18-993047-05
Arrest van 2 februari 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van 22 februari 2008 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1942] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. D.C. Keuning, advocaat te Groningen.
Het vonnis waarvan beroep
De rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een werkstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.
De beslissing op het hoger beroep.
Het hof verenigt zich met het vonnis van de rechtbank Groningen voor wat betreft de (verbeterde) lezing van de tenlastelegging, de bewezenverklaring, de bewijsmiddelen, de kwalificatie en de strafbaarheid van de feiten en van verdachte.
Het hof heeft ambtshalve in zoverre geen bezwaren gevonden. Evenmin zijn door de verdediging in zoverre bezwaren ingebracht tegen het vonnis.
Het hof komt echter tot een andere straf. Daarom vernietigt het hof het vonnis voor zover het de strafoplegging betreft.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.
Verdachte, bestuurder en enig aandeelhouder van drie BV's, heeft zich in de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2003 schuldig gemaakt aan het feitelijk leiding geven aan het indienen van onjuiste/onvolledige loonbelastingaangiften en het doen van onjuiste/onvolledige opgave bij het UWV van het loon van de in dienst zijnde werknemers door de drie BV's. Door het handelen van verdachte hebben de belastingdienst en het UWV niet over de juiste gegevens beschikt teneinde correcte aanslagen op te kunnen leggen.
Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het plegen van valsheid in geschrift door facturen valselijk op te maken met de bedoeling om door overlegging hiervan op onjuiste gronden bij de Rabobank een krediet te kunnen verkrijgen.
Het hof heeft acht geslagen op het verdachte betreffende Uittreksel Justiti?le Documentatie d.d. 2 november 2009, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens een soortgelijk feit.
De raadsman heeft bepleit aan verdachte - gelet op zijn leeftijd, zijn matige gezondheid en de ouderdom van de feiten - geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, maar een werkstraf.
Het hof is van oordeel dat de ernst van de bewezen verklaarde feiten tegen de achtergrond van de geconstateerde recidive door verdachte, in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden rechtvaardigt. Tussen de inverzekeringstelling van verdachte op 6 juli 2005 en het vonnis van de eerste rechter op 22 februari 2008 is een periode van twee jaar en zeven maanden verstreken. Nu de redelijke termijn met 7 maanden is overschreden, is het hof met de advocaat-generaal van oordeel dat - in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf - een onvoorwaardelijke werkstraf van 240 uren een passende bestraffing is.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
bevestigt het vonnis waarvan beroep, voor zover het betreft de (verbeterde) lezing van de tenlastelegging, de bewezenverklaring, de bewijsmiddelen, de kwalificatie en de strafbaarheid van de feiten en verdachte;
vernietigt het vonnis, voor zover het betreft de strafoplegging, en opnieuw recht doende:
veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van tweehonderdveertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van honderdtwintig dagen zal worden toegepast;
beveelt dat de tijd door de veroordeelde v??r de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. W. Foppen, voorzitter, mr. G. Dam en mr. L.T. Wemes, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Mulder als griffier.