ECLI:NL:GHLEE:2010:BL0663
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake winst uit onderneming en waardering kampeerterrein in inkomstenbelasting 2004
Belanghebbende was eigenaar en exploitant van een camping op een perceel met vergunning, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en Belastingdienst. In 2004 werd het perceel verkocht, waarmee de onderneming werd gestaakt. De Inspecteur stelde een aanslag inkomstenbelasting vast met een correctie voor overdrachtswinst en weigerde een minnelijke taxatie.
Belanghebbende voerde aan dat de winst aan zijn echtgenote toekwam, dat de correctie te hoog was en dat rekening moest worden gehouden met een schadevergoeding wegens tekortkomingen bij de verkoop. De Rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de aanslag verminderd.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende terecht als ondernemer werd aangemerkt, omdat hij vergunninghouder was en de administratie voerde, ondanks dat zijn echtgenote de werkzaamheden uitvoerde. Het Hof verwierp het verzoek om een minnelijke taxatie, omdat hiervoor geen wettelijke verplichting of schending van het gelijkheidsbeginsel bestond.
Verder werd de winst verminderd met de redelijke schadevergoeding en kosten van rechtsbijstand van € 8.823. Het Hof vernietigde de eerdere uitspraken, verklaarde het beroep gegrond en stelde de aanslag vast op een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 110.442. De Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht werd aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 2004 wordt verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 110.442, met vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.