ECLI:NL:GHLEE:2009:BK7501
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Zuidema
- De Hek
- Fikkers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling spoedeisend belang en geldigheid ontslag op staande voet in hoger beroep kort geding
Appellant trad op 1 juni 2008 in dienst bij Novawork als algemeen medewerker in het kader van re-integratie. Op 11 februari 2009 bezocht appellant de bedrijfsarts, waarbij een incident plaatsvond: appellant gooide een toetsenbord en beeldscherm om, waarna de bedrijfsarts aangifte deed van mishandeling. Novawork sprak daarop ontslag op staande voet uit.
Appellant betwistte het ontslag en vorderde in kort geding wedertewerkstelling en loonbetaling. In hoger beroep werd de vraag gesteld of het waarschijnlijk is dat het ontslag in de bodemprocedure ongeldig zal blijken, zodat toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is.
Het hof oordeelde dat het kort geding niet geschikt is voor diepgaand onderzoek en dat uit de processtukken blijkt dat het incident heeft plaatsgevonden en dat de bedrijfsarts aangifte deed. Dit vormt een dringende reden voor ontslag op staande voet. Het ontbreken van een hoorprocedure vooraf maakt het ontslag niet ongeldig. De grieven van appellant werden ongegrond verklaard en het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd.
Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het hof stelde vast dat het spoedeisend belang van appellant voldoende aanwezig bleef, ondanks het feit dat de arbeidsovereenkomst inmiddels geëindigd was en er een bodemprocedure liep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het ontslag op staande voet en wijst de vorderingen van appellant af.