ECLI:NL:GHLEE:2009:BK1316
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Verschuur
- Kuiper
- Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis wegens niet-overleggen door appellant in civiele procedure
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of appellant het vonnis van 26 oktober 2004, gewezen in een ander geding tussen partijen, tijdig en correct had overgelegd zoals door het hof was bevolen in een tussenarrest van 21 april 2009. Hoewel appellant in een akte had gesteld het dossier van dat geding te zullen overleggen, heeft hij het vonnis niet daadwerkelijk als productie in het geding gebracht.
Het hof constateerde dat het niet voldoen aan deze opdracht voor risico van appellant komt. Hierdoor kon het hof de toewijsbaarheid van de vordering van appellant niet beoordelen. Als gevolg daarvan werd het bestreden vonnis van 7 november 2006 bekrachtigd.
Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, begroot aan de zijde van geïntimeerde op € 251,- aan verschotten en € 948,- aan advocaatkosten. Deze uitspraak benadrukt het belang van het naleven van procesinstructies en de gevolgen van het niet overleggen van gevraagde stukken in civiele procedures.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van 7 november 2006 en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.