ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ8413

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
22 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.019.130/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Streppel
  • Verschuur
  • Breemhaar
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 217 RvArt. 353 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken zelfstandig recht als gevoegde partij

In deze zaak heeft appellant, die in eerste aanleg als gevoegde partij aan de zijde van een gedaagde optrad, hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 23 juli 2008 van de rechtbank Groningen. De hoofdzaak betrof een procedure tussen DSB BANK N.V. als eiseres en een andere gedaagde.

Het hof oordeelt dat appellant geen zelfstandig recht heeft om in hoger beroep op te treden, aangezien de rechtbank alleen een veroordeling tegen de andere gedaagde heeft uitgesproken en appellant slechts als gevoegde partij aan diens zijde betrokken was. Bovendien is niet gebleken dat de andere gedaagde zelf hoger beroep heeft ingesteld.

Daarom wordt appellant niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep en veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep. DSB is in hoger beroep niet verschenen en verstek is verleend. Het arrest is gewezen door de derde kamer voor burgerlijke zaken van het gerechtshof Leeuwarden op 22 september 2009.

Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens ontbreken zelfstandig recht als gevoegde partij.

Uitspraak

Arrest d.d. 22 september 2009
Zaaknummer 200.019.130/01
HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN
Arrest van de derde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:
[appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant,
in eerste aanleg: gevoegde partij in de hoofdzaak,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. C. Heijs, kantoorhoudende te Groningen,
tegen
DSB BANK N.V.,
gevestigd te [plaats],
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna te noemen: DSB,
niet verschenen.
Het geding in eerste instantie
In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen uitgesproken op 27 juni 2007, 12 december 2007 en 23 juli 2008 door de rechtbank Groningen.
Het geding in hoger beroep
Bij exploot van 22 oktober 2008 is door [appellant] hoger beroep ingesteld van het vonnis d.d. 23 juli 2008 met dagvaarding van DSB tegen de zitting van
2 december 2008.
De conclusie van de memorie van grieven luidt:
"bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het vonnis van de Rechtbank te Groningen van 23 juli 2007, gewezen in de hoofdzaak onder nummer 93259 / HA ZA 07-336, te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, DSB in haar vorderingen alsnog niet-ontvankelijk te verklaren, althans de vorderingen alsnog af te wijzen, met veroordeling van DSB in de kosten van beide instanties."
DSB is in hoger beroep niet verschenen en tegen haar is verstek verleend.
Tenslotte heeft [appellant] de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.
De grieven
[appellant] heeft negen grieven opgeworpen.
De beoordeling
Met betrekking tot de ontvankelijkheid van [appellant]
1. Het vonnis waarvan beroep is gewezen tussen DSB als eiseres enerzijds en [betrokkene] als gedaagde en [appellant] als gevoegde partij aan de zijde van [betrokkene] anderzijds. Hieraan doet niet af dat [appellant] in de 'kop' van het vonnis staat vermeld als gedaagde. Het hof wijst er hierbij nog op dat de rechtbank alleen ten laste van [betrokkene] een veroordeling heeft uitgesproken.
2. Niet is gesteld of gebleken dat [betrokkene] hoger beroep tegen het bestreden vonnis heeft ingesteld. Nu [appellant] als gevoegde partij geen zelfstandig recht toekomt om in hoger beroep op te treden, maar zich ook in hoger beroep slechts had kunnen voegen aan de zijde van [betrokkene], zal hij in zijn hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.
De slotsom.
[appellant] dient in zijn hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard met veroordeling als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding in hoger beroep.
De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart [appellant] niet ontvankelijk in zijn hoger beroep;
veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die aan de zijde van DSB tot aan deze uitspraak op nihil.
Aldus gewezen door mrs. Streppel, voorzitter, Verschuur en Breemhaar, raden, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 22 september 2009 in bijzijn van de griffier.