ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ7859
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- De Bock
- Kuiper
- Van de Veen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aansprakelijkheid en schadevergoeding bij vervuilde grondstorting door provincie
In deze civiele procedure stonden geschillen tussen de provincie Fryslân en een inwoner over een overeenkomst betreffende het gebruik van grond voor opslag van grond- en baggerspecie centraal. De inwoner stelde dat de provincie vervuilde specie had gestort en daardoor tekort was geschoten, met schade als gevolg.
De rechtbank had eerder vonnissen gewezen waarin onder meer de provincie werd veroordeeld tot herstelkosten, maar de provincie en inwoner gingen in hoger beroep. Het hof onderzocht de uitleg van contractuele bepalingen, met name de eis dat de specie moest voldoen aan de A-waarde. Het hof oordeelde dat deze bepaling een onzekerheidsmarge bevatte en dat niet was aangetoond dat de provincie bewust vervuilde specie had gestort.
Verder werd beoordeeld of de inwoner gehouden was tot medewerking aan de afvoer van de specie. Het hof vond onvoldoende grond voor een brede medewerkingsplicht en oordeelde dat de beperkte weigering van de inwoner niet toerekenbaar was. Ook ontbrak causaal verband tussen vermeende tekortkomingen en de door de provincie gestelde schade.
Het hof bekrachtigde de eerdere vonnissen, wees de vorderingen van de inwoner af en veroordeelde de provincie tot betaling van proceskosten. Hiermee werd de aansprakelijkheid van de provincie voor de gestelde schade verworpen.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de inwoner af en bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank.