ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ5369
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Mollema
- Streppel
- De Hek
- Rechtspraak.nl
Geen spoedeisend belang bij gevorderde voorziening in huurovereenkomst kort geding
ABH Bedrijfshuisvesting B.V. vorderde in kort geding dat geïntimeerde binnen twee dagen een huurovereenkomst voor een bedrijfsruimte zou ondertekenen, omdat ABH dit nodig achtte voor extra financiering van de bank.
In eerste aanleg wees de voorzieningenrechter deze vordering af wegens gebrek aan spoedeisend belang. ABH ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat het tekenen van de huurovereenkomst noodzakelijk was voor de financiering van de afbouw van het pand.
Het hof constateerde dat het pand sinds november 2008 feitelijk in gebruik was gegeven aan geïntimeerde, die ook een intentieverklaring had ondertekend om de huurovereenkomst aan te gaan. ABH had niet aannemelijk gemaakt dat de bank de schriftelijke huurovereenkomst noodzakelijk achtte, bijvoorbeeld door het overleggen van een verklaring van de bank.
Gelet op de gemotiveerde betwisting door geïntimeerde en het ontbreken van bewijs van spoedeisend belang, oordeelde het hof dat de gevorderde voorziening terecht was geweigerd en bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter. ABH werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wees de gevorderde voorziening af wegens gebrek aan spoedeisend belang en bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter.