ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ4276

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
30 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-001339-07
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 57 SrArt. 225 Sr
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling wegens meervoudige valsheid in geschrift bij sociale zekerheidsfraude

Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor valsheid in geschrift met betrekking tot het niet opgeven van meerdere bankrekeningen bij de sociale dienst. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en opnieuw recht gedaan.

Het hof acht bewezen dat verdachte in de periode mei 2001 tot juni 2003 meerdere formulieren valselijk heeft opgemaakt en ondertekend, waarbij zij niet heeft opgegeven dat zij naast de opgegeven bankrekeningen nog acht andere rekeningen bezat met een saldo boven de vermogensgrens. Hierdoor werd het vertrouwen in de authenticiteit van de stukken ernstig geschaad en leed de sociale dienst schade.

Bij de strafoplegging hield het hof rekening met het feit dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk misdrijf was veroordeeld en dat zij geen vaste woon- of verblijfplaats heeft, waardoor een werkstraf niet mogelijk was. Gezien de ernst van de feiten en de richtlijnen voor sociale zekerheidsfraude legde het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 11 weken op.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 11 weken wegens meervoudige valsheid in geschrift.

Uitspraak

Parketnummer: 24-001339-07
Parketnummer eerste aanleg: 18-652665-05
Arrest van 30 juli 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 11 mei 2007 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1950] te [geboorteplaats],
thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,
niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte mr. E.J. Kuiters, advocaat te Leeuwarden.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf van 85 dagen.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
zij in of omstreeks de periode van 01 mei 2001 tot en met 04 juni 2003 in de gemeente[gemeente], in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) een geschrift, (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten
- op 01 mei 2001 een Inlichtingenformulier Abw en/of
- op 04 juni 2003 een formulier Aanvraag en Inlichtingen Abw en/of
- op 26 mei 2003 een bijlage (18) bij voornoemd formulier Aanvraag en Inlichtingen Abw,
van of vanwege de Afdeling Economische en Sociale Zaken en/of de Gemeentelijke Sociale Dienst van de gemeente [gemeente], waarop opgave moest worden gedaan (onder meer) van vermogen/bezit(tingen) en/of lopende bank- en girorekeningen
- (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, immers heeft verdachte (telkens) valselijk geen opgave gedaan van het feit dat zij (naast de wel door haar opgegeven bankrekeningen) beschikte over tien dan wel acht, althans diverse (andere) bankrekeningen met een totaal saldo dat hoger lag dan de toepasselijke vermogensgrens (vrij te laten vermogen) en/of (telkens) dat formulier ondertekend, (telkens) met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
zij in de periode van 01 mei 2001 tot en met 04 juni 2003 in de gemeente [gemeente], meermalen, een geschrift, (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten
- op 01 mei 2001 een Inlichtingenformulier Abw en
- op 04 juni 2003 een formulier Aanvraag en Inlichtingen Abw,
van of vanwege de Afdeling Economische en Sociale Zaken en/of de Gemeentelijke Sociale Dienst van de gemeente [gemeente], waarop opgave moest worden gedaan van vermogen/bezit(tingen) en/of lopende bank- en girorekeningen valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte telkens valselijk geen opgave gedaan van het feit dat zij naast de wel door haar opgegeven bankrekeningen beschikte over acht andere bankrekeningen met een totaal saldo dat hoger lag dan de toepasselijke vermogensgrens (vrij te laten vermogen) en telkens dat formulier ondertekend, met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid
Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.
Strafmotivering
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
Verdachte heeft zich op 1 mei 2001 en 4 juni 2003 schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift. Verdachte heeft bij de sociale dienst geen opgave gedaan van het feit dat zij naast de wel door haar opgegeven bankrekeningen beschikte over acht (andere) bankrekeningen.
Verdachte heeft door het plegen van deze feiten het vertrouwen, dat moet kunnen worden gesteld in stukken die tot bewijs van enig feit dienen, in belangrijke mate geschonden. Door haar handelen heeft ISD Noordoost (een samenwerkingsverband van sociale diensten van de gemeentes Appingedam, Loppersum en Delfzijl) schade geleden.
Het hof neemt bij de straftoemeting in aanmerking dat verdachte - blijkens een haar betreffend Uittreksel uit het Justitiële Documentatieregister d.d. 28 april 2009 - niet eerder ter zake van een (soortgelijk) misdrijf is veroordeeld.
Verdachte heeft geen vaste woon- of verblijfplaats en er zijn geen adresgegevens van haar beschikbaar. De raadsman heeft verklaard evenmin over die gegevens te beschikken, terwijl hij heeft aangegeven dat hij geen contact met zijn cliënt kan krijgen (ze zou rondzwerven door de V.S.). Voor de oplegging van een werkstraf is het van belang dat de verdachte bereikbaar is. Nu dat niet het geval is, acht het hof de oplegging van een werkstraf niet aan de orde.
Op grond van het vorenstaande, in samenhang beschouwd, en mede in aanmerking nemende de ten tijde van het plegen van de bewezenverklaarde feiten geldende Richtlijn voor strafvordering sociale zekerheidsfraude van het openbaar ministerie, acht het hof de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur, passend en geboden. Een andere, mildere strafmodaliteit is in het geval van verdachte niet aan de orde.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van elf weken.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. P. Koolschijn, voorzitter, mr. G. Dam en mr. J. Hielkema, in tegenwoordigheid van mr. J. Brink als griffier, zijnde mr. Dam en mr. Brink voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.