ECLI:NL:GHLEE:2009:BI6006
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- P.J.M. van den Bergh
- H.J. Deuring
- J. Hielkema
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs voor medeplegen poging tot moord met muizengif
Verdachte werd ten laste gelegd dat zij samen met een ander of alleen muizengif had toegediend aan haar moeder en broertje met het oogmerk hen te doden of zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Het hof onderzocht de gedragingen van verdachte in oktober 2007, waarbij zij muizenkorrels in eten en drinken van haar moeder en broertje deed.
Uit het dossier en de zitting bleek dat verdachte slechts kleine hoeveelheden muizengif gebruikte en het merendeel op school achterliet en later weggooide. Verdachte verklaarde dat haar bedoeling was haar moeder ziek te maken (hoofdpijn/ buikpijn) om zo haar relatie te accepteren, niet om haar te doden of zwaar letsel toe te brengen. Het hof vond de verklaringen van verdachte en medeverdachte onvoldoende consistent voor een ernstiger opzet.
De advocaat-generaal voerde aan dat sprake kon zijn van voorwaardelijk opzet, maar het hof oordeelde dat verdachte niet de aanmerkelijke kans in het leven had geroepen dat haar moeder of broertje zwaar letsel of de dood zouden oplopen. De deskundige rapporten ondersteunden dat de hoeveelheid en wijze van toediening niet tot ernstige schade zou leiden.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs voor opzet of voorwaardelijk opzet bij medeplegen poging tot moord met muizengif.