ECLI:NL:GHLEE:2009:BI3144
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- S.H. Wachter
- L.T. Wemes
- A.J. Rietveld
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor vernieling van ruiten na verworpen beroep op noodweerexces
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het opzettelijk vernielen van ruiten van een woning. In hoger beroep stelde zijn raadsman dat sprake was van noodweerexces, omdat verdachte was aangevallen met een hamer en uit een hevige gemoedsbeweging handelde. Het hof stelde vast dat de verklaringen van verdachte en getuige over de aanranding verschilden, maar aanvaardde dat er sprake was van een noodweersituatie tijdens de eerste klap.
Het hof oordeelde echter dat de vernieling van de ruiten plaatsvond nadat de noodweersituatie was geëindigd, toen verdachte naar zijn auto liep en terugkeerde om de ruiten te vernielen. Dit handelen was niet meer geboden door noodzakelijke verdediging, maar voortgekomen uit gevoelens van wraak of krenking, waardoor het beroep op noodweerexces werd verworpen.
Het hof hield rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden en de persoon van verdachte. Omdat deze zaak gelijktijdig maar niet gevoegd werd behandeld met een andere strafzaak tegen verdachte, en artikel 63 Sr Pro van toepassing was, volstond het opleggen van een voorwaardelijke geldboete van €140. Ook speelde mee dat het feit ruim tweeënhalf jaar eerder had plaatsgevonden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van €140 wegens vernieling van ruiten, terwijl het beroep op noodweerexces is verworpen.