ECLI:NL:GHLEE:2009:BI3143

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
4 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-002746-07
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling in discotheekruzie

In deze zaak stond verdachte terecht voor mishandeling van aangever tijdens een ruzie in een discotheek. Verdachte zou aangever een vuistslag hebben toegebracht, waardoor aangever een scheur boven de rechterwenkbrauw opliep. Zowel verdachte als aangever erkenden dat er sprake was van wederzijdse fysieke aanrakingen.

Het hof constateerde dat de verklaringen van verdachte, aangever en getuigen onderling sterk verschilden, waardoor de precieze toedracht en volgorde van gebeurtenissen onduidelijk bleven. Hoewel het hof overtuigd was dat het letsel van aangever het gevolg was van gedragingen van verdachte, ontbrak het aan bewijs dat aangever door een andere klap dan die welke het letsel veroorzaakte, pijn had ondervonden.

Aangezien voor een bewezenverklaring van mishandeling het veroorzaken van pijn en/of letsel vereist is, oordeelde het hof dat het ten laste gelegde niet bewezen kon worden. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van mishandeling.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mishandeling wegens onvoldoende bewijs van pijn of letsel.

Uitspraak

Parketnummer: 24-002746-07
Parketnummer eerste aanleg: 19-605375-07
Arrest van 4 mei 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 31 oktober 2007 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1984] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. V. Wolting, advocaat te Zwolle.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal vrijspreken van het hem ten laste gelegde.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 26 november 2006 te [plaats] opzettelijk mishandelend [slachtoffer] in het gezicht, althans tegen het hoofd, heeft geslagen/gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.
Vrijspraak
Op grond van de inhoud van het dossier alsmede de ter terechtzitting afgelegde verklaringen stelt het hof vast dat verdachte en aangever elkaar bij een caféruzie over en weer fysiek hebben geraakt. Dat wordt ook door hen beiden erkend. Het hof stelt tevens vast dat de door verdachte, aangever en getuigen afgelegde verklaringen zodanig van elkaar afwijken dat de precieze toedracht van het incident en met name de volgorde van de gebeurtenissen voor een groot deel in het ongewisse blijven en ook zullen blijven.
Verdachte heeft verklaard dat hij aangever een vuistslag heeft toegebracht op diens rechterkaak. Op grond van geen der bewijsmiddelen heeft het hof de overtuiging gekregen dat het bij aangever ontstane letsel - een "scheur" boven de rechterwenkbrauw, waaraan hij moest worden gehecht - een gevolg is geweest van een gedraging of gedragingen van verdachte. Voorts blijkt niet uit enig bewijsmiddel dat aangever, als gevolg van een andere klap dan die welke voornoemd letsel bij hem heeft veroorzaakt, pijn heeft ondervonden.
Nu voor een bewezenverklaring van mishandeling het veroorzaken van pijn en/of letsel is vereist, acht het hof niet bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. A.J. Rietveld, voorzitter, mr. S.H. Wachter en mr. P.J.M. van den Bergh, in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel als griffier, zijnde mr. Wachter voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.