ECLI:NL:GHLEE:2009:BH8918

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
30 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-001438-08
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.J. Beswerda
  • H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg
  • S.J. van der Woude
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c SrArt. 22d Sr
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep mishandeling met werkstraf en proeftijd

Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor mishandeling van zijn ex-vriendin. Hij zou haar met een vork hebben gestoken en op diverse lichaamsdelen hebben geslagen, waardoor zij letsel en pijn ondervond.

In hoger beroep vernietigt het hof het vonnis van de politierechter en verklaart alleen bewezen dat verdachte op 1 januari 2007 zijn ex-vriendin heeft geslagen, waardoor zij pijn heeft ondervonden. Andere tenlasteleggingen worden niet bewezen geacht.

Het hof acht verdachte strafbaar en legt een voorwaardelijke werkstraf van 40 uren op met een proeftijd van 2 jaar. Vervangende hechtenis van 20 dagen wordt opgelegd indien de werkstraf niet wordt uitgevoerd. Het hof motiveert de straf mede op basis van de ernst van het feit en de justitiële documentatie van verdachte.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf van 40 uren met een proeftijd van 2 jaren, subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis.

Uitspraak

Parketnummer: 24-001438-08
Parketnummer eerste aanleg: 17-841408-07
Arrest van 30 maart 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 19 mei 2008 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1973] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman, mr. G.A. Pots, advocaat te Leeuwarden.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het verdachte ten laste gelegde bewezen zal verklaren en hem ter zake zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Hieronder is opgenomen het verdachte ten laste gelegde, zoals vermeld op de inleidende dagvaarding.
Verdachte wordt ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 1 januari 2007, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend zijn levensgezellin, althans een persoon (te weten [slachtoffer]), met een vork in het bovenbeen heeft gestoken of geprikt en/of op/tegen de arm(en) en/of de rug en/of de flank en/of de be(e)n(en) en/of de
hals en/of de nek en/of de enkel, althans het lichaam, heeft geschopt en/of op/tegen de arm(en) en/of de rug en/of de flank en/of de be(e)n(en) en/of de hals en/of de nek en/of de enkel, althans het lichaam, heeft gestompt en/of geslagen en/of die [slachtoffer] heeft geduwd, (mede) tengevolge waarvan zij tegen een muur is gevallen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:
hij op 1 januari 2007, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), tegen het lichaam heeft geslagen, waardoor deze pijn heeft ondervonden.
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
mishandeling.
Strafbaarheid
Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.
Strafmotivering
Het hof heeft bij het bepalen van de straf gelet op de aard en de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft in het bijzonder gelet op het volgende.
Verdachte heeft zich op 1 januari 2007 schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn ex-vriendin. Hij heeft haar geslagen, waardoor zij pijn heeft ondervonden. Verdachte heeft hiermee inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn ex-vriendin.
De advocaat-generaal heeft een werkstraf voor de duur van 60 uren gevorderd. Het hof zal de vordering van de advocaat-generaal niet volgen, nu het hof tot een beperktere bewezenverklaring komt. Op grond van het vorenstaande en mede om te voorkomen dat verdachte zich opnieuw aan een (soortgelijk) strafbaar feit zal schuldig maken, acht het hof de oplegging van een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 40 uren, met een proeftijd voor de duur van 2 jaren, passend en geboden. Daarbij heeft het hof acht geslagen op een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van
28 januari 2009.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c (oud), 22d, 63 (oud) en 300 van het Wetboek van Strafrecht.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van veertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van twintig dagen zal worden toegepast;
beveelt dat de werkstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. J.J. Beswerda, voorzitter, mr. H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg en mr. S.J. van der Woude, in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers als griffier, zijnde mr. Van der Woude voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.