ECLI:NL:GHLEE:2009:BH7598
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- W. Foppen
- H.J. Deuring
- S.H. Wachter
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bezit gebruikershoeveelheid cocaïne zonder strafoplegging wegens samenloop strafzaken
Op 5 juni 2007 werd verdachte betrapt op het bezit van ongeveer 0,2 gram cocaïne. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte cocaïne bij zich had en hiervan op de hoogte was, mede op basis van zijn eigen verklaring en een positieve Narcotest. Er was onvoldoende bewijs voor het bezit van heroïne.
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld, maar ging in hoger beroep. Het hof vernietigde het vonnis en verklaarde verdachte schuldig aan het bezit van cocaïne. Echter, vanwege de gelijktijdige behandeling met een andere strafzaak waarin verdachte tot zestien maanden gevangenisstraf werd veroordeeld, werd op grond van artikel 63 (oud) Sr geen straf of maatregel opgelegd.
Het hof motiveerde dat het bezit van gebruikershoeveelheden cocaïne een bedreiging vormt voor de volksgezondheid en samenhangt met vermogenscriminaliteit. Verdachte had bovendien een strafblad. De strafrechtelijke afdoening hield rekening met de samenloop van zaken en voorkwam een hogere totale straf dan de reeds opgelegde gevangenisstraf.
Het arrest werd gewezen door het Gerechtshof Leeuwarden op 24 maart 2009, waarbij het hof het ten laste gelegde bewezen verklaarde, verdachte strafbaar achtte, maar geen straf oplegde vanwege de samenloop van zaken.
Uitkomst: Verdachte wordt schuldig verklaard voor bezit van cocaïne, maar krijgt geen straf opgelegd vanwege samenloop met een andere strafzaak.