ECLI:NL:GHLEE:2009:BH6001
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg
- A. Dijkstra
- H. Elzinga
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor mishandeling met geldboete en vervangende hechtenis
Op 3 december 2007 heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan mishandeling door het slachtoffer met een vuist ter hoogte van de wenkbrauw te stompen, waardoor deze letsel en pijn heeft ondervonden. Verdachte is hiervoor veroordeeld tot een geldboete van €200, met een subsidiaire maatregel van 4 dagen vervangende hechtenis bij niet-betaling.
Het hof achtte niet bewezen dat verdachte het slachtoffer heeft getrapt of geschopt toen deze op de grond lag, zoals aanvankelijk ten laste was gelegd. De strafrechtelijke aansprakelijkheid werd beperkt tot de stomping met de vuist. Verdachte had geen eerdere veroordelingen en het hof zag geen reden af te wijken van de eerder opgelegde straf.
De benadeelde partij vorderde materiële schadevergoeding voor beschadigde oorbellen en immateriële schade. De materiële schade werd toegewezen, maar de immateriële schade werd afgewezen omdat het gedrag van de benadeelde en verdachte beide hebben bijgedragen aan het ontstaan van die schade. Bovendien zocht de benadeelde zelf de confrontatie, wat het hof van belang vond voor de billijkheid.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht, waarbij verdachte werd veroordeeld tot de geldboete en vervangende hechtenis. De vordering van de benadeelde werd deels toegewezen voor materiële schade en afgewezen voor immateriële schade. De benadeelde werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €200, subsidiair 4 dagen vervangende hechtenis, met gedeeltelijke toewijzing van de schadevergoeding aan de benadeelde partij.