ECLI:NL:GHLEE:2009:BH5002

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
5 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-002309-06
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Opiumwet
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak medeplegen telen hennepplanten wegens onvoldoende bewijs

Verdachte werd beschuldigd van medeplegen van het telen en/of aanwezig hebben van een groot aantal hennepplanten in een kassencomplex in een gemeente. De rechtbank sprak verdachte vrij, maar het Openbaar Ministerie ging in hoger beroep en eiste een werkstraf met vervangende hechtenis.

Tijdens het hoger beroep werden meerdere verbalisanten als getuigen gehoord. Het hof oordeelde op basis van het dossier en de verklaringen dat het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend was bewezen. Daarom sprak het hof verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.

Daarnaast werd een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf ter tenuitvoerlegging gevorderd vanwege het vermeende nieuwe feit binnen de proeftijd. Omdat verdachte werd vrijgesproken, wees het hof deze vordering af. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hoger beroep leidde tot volledige vrijspraak.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplegen telen hennepplanten wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

Parketnummer: 24-002309-06
Parketnummer eerste aanleg: 17-781032-06 en 17-047156-04 (tul)
Arrest van 5 maart 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 25 september 2006 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1981] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
ter terechtzitting van 2 oktober 2008 wel, maar ter terechtzitting van 19 februari 2009 niet verschenen. Wel verschenen is mr. L.J.L.M. Dacier, advocaat te Heerlen, als raadsman van verdachte.
Het vonnis waarvan beroep
De rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis vrijgesproken van het ten laste gelegde en de vordering tot tenuitvoerlegging afgewezen.
Gebruik van het rechtsmiddel
De officier van justitie is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. Hij heeft dit hoger beroep aan verdachte doen betekenen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een werkstraf van 150 uren subsidiair 75 dagen vervangende hechtenis, waarvan 50 uren subsidiair 25 dagen vervangende hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering tot tenuitvoerlegging zal worden toegewezen.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2006 tot 1 juni 2006 te [plaats], (in elk geval) in de gemeenste [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een kassencomplex, gelegen aan of bij de [straat] aldaar) (ongeveer) 6563 hennepplanten en/of 2178 stekken van hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.
Vrijspraak
Het hof heeft ter zitting van 19 februari 2009 de verbalisanten [verbalisant 1], [verbalisant 2] en [verbalisant 3] als getuigen gehoord, een en ander als gelast bij tussenarrest van 16 oktober 2008. Het hof acht op grond van het dossier en de nader door voornoemde verbalisanten afgelegde verklaringen niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem ten laste gelegde feit heeft begaan, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.
Tenuitvoerlegging (17-047156-04)
Bij vonnis van de politierechter te Leeuwarden d.d. 22 april 2005, is veroordeelde veroordeeld tot een gevangenisstraf van een maand voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Blijkens het onderzoek ter zitting van het hof is voormeld vonnis onherroepelijk geworden op 7 mei 2005. De proeftijd is ingegaan op 7 mei 2005.
De officier van justitie heeft gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde gevangenisstraf om reden, dat veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan het ten laste gelegde feit.
Nu veroordeelde ter zake van het ten laste gelegde niet zal worden veroordeeld, zal het hof de vordering van de officier van justitie afwijzen.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;
wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Leeuwarden van 22 april 2005.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. P. Koolschijn, voorzitter, mr. P.W.J. Sekeris en mr. J. Hielkema, in tegenwoordigheid van mr. M. Zevenhuizen als griffier.