ECLI:NL:GHLEE:2009:BH3877
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij medeplegen oplichting
Veroordeelde is door de rechtbank Groningen veroordeeld voor medeplegen van meervoudige oplichting gepleegd tussen maart en juli 2005. Uit het bewezen verklaarde handelen heeft hij wederrechtelijk voordeel verkregen. De rechtbank had het voordeel geschat op €28.703,- en veroordeelde tot betaling hiervan aan de Staat.
In hoger beroep heeft het hof het voordeel opnieuw vastgesteld op basis van rekeningafschriften, opbrengsten en kostenposten, waarbij het voordeel werd berekend op €43.084,86. Dit bedrag omvat opbrengsten uit de activiteiten van [naam] en thuiswerkgarant, verminderd met gemaakte kosten en vorderingen van benadeelden. Tevens is rekening gehouden met een afgesproken verdeling van het voordeel tussen de drie veroordeelden.
De raadsman van veroordeelde voerde aan dat het voordeel slechts €20.000,- bedroeg, maar het hof verwierp dit verweer wegens gebrek aan onderbouwing en gegrondheid. Ook volgde het hof de advocaat-generaal niet in diens standpunt over de toerekening van gelden na vertrek van veroordeelde naar Brazilië.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel definitief vast op €43.084,86, met de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ter ontneming van het voordeel.
Uitkomst: Het hof stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €43.084,86 en legde veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen.